PERIODIEK # 4 - De Boekenwereld, Het Liegend Konijn, Revolver en Tzum

Een rubriek waarin De papieren man literaire en andere periodieke verschijnselen aan een beschouwing onderwerpt:
=>De Boekenwereld over de kleurige bibliotheek van Pierre Kemp
Het tijdschrift De Boekenwereld oogt enigszins specialistisch én is dat in zekere mate ook, maar wel op een manier waarbij consciëntieusheid en liefhebberij elkaar de hand reiken. En wie zich niet laat afschrikken door de wat strenge lay-out, komt hoe dan ook in een genoeglijk universum terecht, met aparte invalshoeken op de wereld van "boek en prent". Zo opent het onlangs verschenen derde nummer van alweer de vierentwintigste jaargang met een innemende beschouwing van Wiel Kusters over de gewoonte van de dichter en P.C. Hooftprijswinnaar Pierre Kemp (1886-1967) om zijn boeken "te kaften met dun, enigszins doorschijnend vliegerpapier in allerlei kleuren." Kusters ontleedt fijnmazig de 'kleurgevoeligheid' van de dichter die zich in zijn jeugd ook tot het schilderen had gewend. "In het spel van die kleurige ruggetjes was 'de schilder die niet meer schilderde' zichtbaar", aldus Kusters. Pierre Kemp gaf in 1959 zelf een verklaring voor zijn kleurenpassie in een interview met H.U. Jessurun d'Oliveira: "Ja, mijn boeken zijn erg kleurrijk. Mijn broer noemt het paaseieren. Ik vind zelf dat ze lijken op vitraux, kerkramen. [...] Jan van Nijlen schijnt het ook zo te hebben. Ik doe het vooral uit esthetisch gevoel, maar het is ook het behoud van het complete boek, met stofomslag en al." De Vlaamse criticus C. Bittremieux schreef Kemp ooit dat zijn bibliotheek zo iets moet zijn "als de kelder van de pastoor uit den bloeienden wijngaard." Volgens Kusters koppelde Kemp een zeer tactiel en fetisjistisch genoegen aan het kaften in kleur en is een van de associatiemogelijkheden dat "de als vrouwelijk opgevatte, in transparante, gekleurde kaftjes geklede boeken in Kemps kast verbonden raakten met de erotische dispositie van de dichter." Kusters werkt overigens aan een biografie van Kemp. Ook de Franse schrijver Valéry Larbaud had de gewoonte om zijn boeken in kleuren te binden, naargelang de geschreven taal (zie bijvoorbeeld dit bericht bij het Artistiek Bureau).
Voorts heeft De Boekenwereld aandacht voor 'De nieuwe rijschool', een beweegbaar prentenboek in de kinderboekencollectie van de Koninklijke Bibliotheek. Het nummer bevat ook een in memoriam van Nel van Dijk voor de onlangs overleden literatuurwetenschapper Hugo Verdaasdonk. Frans A. Janssen schrijft over het proces van correctie bij het zetten en drukken van boeken. Daarnaast zet het tijdschrift de bibliofiele hoogtepunten van Amsterdam Wereldboekenstad al op een rijtje en zijn er uiteraard vaste rubrieken met onder meer boekbesprekingen. In ieder geval proef je op elke pagina dat De Boekenwereld met veel liefde en sérieux gemaakt wordt.
=>‘Het Liegend Konijn’ al zes jaar poëtische eierrover
Het Liegend Konijn, het poëzietijdschrift onder leiding van Jozef Deleu, is al aan zijn zesde jaargang toe. Aan een tempo van twee nummers per jaar publiceerde Het Liegend Konijn – de titel verwijst naar een tekst van Paul van Ostaijen – ondertussen al 1400 nieuwe gedichten van meer dan honderd dichters, “uit het nest geroofd” luidt de standvastige punchline. Deleu is niet de man van breedvoerige verantwoordingen, maar nu komt hij in zijn woord vooraf toch dicht in de buurt: “Dat ik in de eerste nummers soms op veilig heb gespeeld, belette mij niet in toenemende mate ruimte te reserveren voor jonge en oude nieuwe stemmen. Met opzet publiceer ik nog frequenter werk van dichters met een klassieke of een eigenzinnige poëtica. Op die manier wordt de verscheidenheid van de poëzie in het Nederlands scherp in beeld gebracht. (…) Hoe agressiever commercie en consumptie zich manifesteren, des te krachtiger en subversiever zal Het Liegend Konijn het schrijven en lezen van de poëzie stimuleren.”
In dit nieuwe nummer is inderdaad werk van 22 dichters opgenomen die in de botsing van poëtica’s hoge toppen biedt met – onvermijdelijk? – af en toe een dal. De verscheidenheid gaat van debuterende snaken als Yi Fong Au en Sylvie Marie – over wie Arjan Peters in de Volkskrant bijzonder lovend was – tot bijna eeuwenoude knarren als Leo Vroman. Naast hen publiceren ook onder meer Rodaan Al Galidi, Abdelkader Benali, H.C. ten Berge, Hilde Keteleer, Jan Lauwereyns, Leonard Nolens en Lucienne Stassaert nieuwe gedichten. Ook van de partij is Ester Naomi Perquin, in 2007 winnares van de eerste Debuutprijs Het Liegend Konijn. (HC)
=>Revolver vist Ben Cami op
Een van de aantrekkelijkste kanten van het driemaandelijkse eenmanstijdschrift Revolver is dat het zowel het literaire erfgoed in verzekerde bewaring poogt te nemen maar ook met argusogen de toekomst in de gaten houdt. Het ook qua vormgeving uiterst verzorgde magazine, dat dit jaar onder impuls van de onvermoeibare Antwerpse letterenventer Gerd Segers aan zijn veertigste verjaardag toe is, demonstreert dat uitgangspunt ook in zijn nieuwste nummer. Dat is grotendeels gewijd aan de Vlaamse avant-gardist Ben Cami (1920-2004), maar biedt ook plaats aan nieuwe poëzie. Het is goed dat er weer gegrasduind wordt in de nalatenschap van Cami, die met oprichter-redacteur Jan Walravens en Hugo Claus nauwe betrokkenheid aan de dag legde bij het tijdschrift Tijd en Mens. Hij leverde ook proza af dat in 1987 werd gebundeld bij wijlen Kritak in Brief aan Dorothy en andere verhalen. De uit Aalst afkomstige Cami, die een tijdlang ook de buurman was van Louis Paul Boon, was nogal geporteerd voor een existentialistische, Sartriaanse thematiek en werd door Roland Jooris ooit getypeerd als "een dichter van het beheerste, naakte woord". Volgens Jos Joosten bleef Cami van de Tijd en Mens-groep wel het "dichtst bij het traditionele vers staan" en schuilt het "vernieuwende niet in extreme stijlexperimenten". In het Revolver-nummer wordt vooral zijn poëtische nalatenschap op haar merites beoordeeld. Sommige bijdragen schieten door in een al te wetenschappelijke aanpak en ook een algemene situering van Cami's werk had haar nut kunnen bewijzen. Het tijdschrift toont ook een facsimile van een ongepubliceerde bundel van Cami. Als extra bevat Revolver nog een diepgravende beschouwing van Georges Wildemeersch over een Jan De Lichte-tekst van Hugo Claus, die hij ooit schreef voor een Boonhulde in 1981, én een portfolio met brieven van kunstenaar Jan Cox aan Adriaan Raemdonck van galerie de Zwarte Panter.
=>Tzum verzamelt alweer ronkende zinnen
Het Groningse literaire tijdschrift Tzum verwierf landelijke bekendheid met zijn jaarlijkse Tzum-prijs, waarbij de "mooiste Nederlandse zin in verhalend proza" een ruiker krijgt toebedeeld. Vorig jaar ging Jeroen Brouwers met de eer lopen en hij werd meteen ook in de schijnwerper gezet met een themanummer (zie deze recensie op het NRC-Boekenblog). Intussen belandt het nieuwe nummer 41 (2008) in de bus en zet de redactie al de nominatieronde in gang voor de volgende Tzum-prijs. P.F. Thomése en Saskia de Coster zijn getipt met een paar ronkende zinnen en Arie Storm nomineert zowaar zichzelf in zijn roman De bruid en de kogel met een zin uit een eerder boek. Het nummer heeft voorts onder meer een interview met debutant Derwent Christmas en een schetsboek van Ellen Deckwitz. Een aanwinst voor het blad is de rubriek Artistiek Bureau, die ook op het internet door Nick ter Wal uitgebaat wordt en handelt "over de wereld van het incourante boek en niet in zwang zijnde schrijvers". Tzum oogt - ondanks een nieuw logo - vormelijk een beetje amateuristisch (maar misschien is dat nét de bedoeling) en wordt af en toe ook ontsierd door redactionele nonchalance.
Tags: Periodiek
Geplaatst door Dirk Leyman/Hans Cottyn op 19-04-2008
Verwante berichten
Periodiek
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening