PERIODIEK # 5 - Parmentier, Revolver, Magazine Littéraire en Zacht Lawijd

Een rubriek waarin De papieren man literaire en andere periodieke verschijnselen aan een beschouwing onderwerpt.
=> Parmentier over de Amerikaanse Languagedichters
Het literaire tijdschrift Parmentier wijdt een uitgebreid dossier aan de Amerikaanse Languagebeweging. De samensteller van dit 'T=A=A=L'-dossier Arnoud van Adrichem stelt dat de aandacht voor de Languagepoëzie toeneemt, mede dank zij de digitale beschikbaarheid van veel teksten. Languagedichters tonen zich bewust "van de materialiteit van de taal" en "de teksten zijn politiek geëngageerd met de wereld en vaak (impliciet) politiek geladen". Ook worden genregrenzen afgetast. Voor Parmentier nodigde van Adrichem vertalers uit om een Languagetekst naar keuze om te zetten naar het Nederlands. Onder meer komen aan bod: Rae Armantrout, Bruce Andrews, Charles Bernstein, Lyn Hejinian, Susan Howe, Michael Palmer, Bob Perelman, Ron Silliman en Barrett Watten, waarmee de heterogeniteit van de Languagepoëzie wordt beklemtoond. De vertalingen gaan steeds vergezeld van een korte inleiding. Die worden aangevuld met beschouwingen van onder meer Dirk van Hulle over Gertrude Stein, voorloper van de Languagebeweging terwijl Tom Van de Voorde in zijn essay 'Genealogie van een vertaald gedicht' demonstreert wat het vertalen van Michael Palmers Four Kitaj Studies behelst. Het lijvige dossier is voer voor specialisten en doet weinig tegemoetkomingen aan de lezer: soms is de geheimtaal niet veraf. Ik kan niet geloven dat iemand voor zijn plezier zinnen verstouwt als (in een tekst van Bruce Andrews): "Banieren worden tegen verwijzing gehesen. Verwijzing moet worden vernietigd, verzwakt, vergeten. De structuur van het teken zelf wordt geschonden, met opzet, waardoor bevrijdende energiestromen vrijkomen die vast zaten in dit systeem van betrekkingen."
=> Revolver serveert een poëtisch springtij
Het literaire eenmanstijdschrift Revolver, bezield door Gerd Segers, belooft ons in zijn recentste nummer een "poëtisch springtij" en legt de focus op de internationale poëzie, als vanouds een van de speerpunten van het blad. Wallace Stevens, icoon van de Amerikaanse poëzie, krijgt voor het eerst een Nederlandse vertaling van zijn gedicht The Comedian as the Letter C door Tom Van de Voorde, die een gedreven inleiding schrijft met interessante zijsprongetjes. Met het werk van Adam Zagajewski (Polen), Linda Maria Baros (Roemenië) en Robert Gray (Australië) werd vrij baan gegeven aan dichters die op Poetry International in Rotterdam stonden. Verder is er poëzie opgenomen van Petr Borkovec (Tsjechië), Bachyt Kenzjejev (Rusland) en Erik Stinus (Denemarken). Nieuwe gedichten van Arjen Duinker, Elisabeth Tonnard, Arnoud van Adrichem en Bart Stouten completeren het geheel. Ex-Knack-redacteur Sus van Elzen mag afsluiten met het verhaal Ronkend Godje, "zijn eerste fictie in jaren." Revolver toont met dit gevarieerde nummer alweer dat kwaliteitsbewaking er geen loos woord is.
=> Magazine Littéraire en de bevrijdende lach in de letteren
Het Franse Magazine Littéraire onderging recent een opfrissing van de vormgeving én dat werkt vooral binnenin goed. De letter begunstigt het lezen, er is niet beknibbeld op de tekst én de beeldkeuze is er op vooruitgegaan. Inhoudelijk is het blad maandelijks een vaste afspraak waard. Het juli-augustusnummer onderzoekt de humor in de literatuur (L'humour, cette insoutenable légèreté des lettres) en brengt essays over onder meer Socrates, Jonathan Swift, Voltaire, Gustave Flaubert, Oscar Wilde, Groucho Marx, Woody Allen en Pierre Desproges. De illustraties zijn van Brad Holland, Voutch, Pesson en Glen Baxter. Ook filosofen worden afgetast op hun gevoel voor het komische en je krijgt een selectie van humoristische boeken uit de wereldliteratuur, met soms onverwachte figuren als Richard Brautigan, Joseph Heller en Marcel Proust, naast Raymond Queneau en Jules Renard. Buiten het dossiergedeelte is er veel plaats voor Franse literatuur en wordt uitgebreid ingegaan op de polemische commotie omtrent Martin Amis en Tony Judt. Vaste rubrieken als 'histoires d'archives' en de literaire pastiche (ditmaal Pierre Jourde die Joris-Karl Huysmans pasticheert) zijn telkens een rustpunt in het blad. Fraai is ook de portfolio die elk nummer sinds kort opluistert: Variations sur l'imaginaire d'un livre, met ditmaal kunst die geïnspireerd lijkt door A l'ombre des jeunes filles en fleurs van Proust. Rineke Dijkstra's strandportretten van puberende meisjes maken ook hier hun opwachting. Het maandelijkse interview wordt ditmaal gevoerd met Eduardo Manet. Magazine Littéraire blijft concurrent Lire met voorsprong overtroeven.
=>Zacht Lawijd: Elsschot, Kemp en T'Hooft revisited
Het laatste juninummer 2008 van Zacht Lawijd, het literair-historische tijdschrift met de welluidende naam (geput uit een dichtregel van Richard Minne), oogt een beetje disparaat. Het bevat bijdragen over Pierre Kemp van Wiel Kusters, H.T.M. Van Vliet bekijkt nagelaten gedichten van J.H. Leopold en er wordt een polemiek(je) opgestart door Koen Rymenants over een lezing van Willem Elsschot' Kaas door Toon Esch, terwijl Greet Draye het heeft over het Antwerpse letterkundig genootschap De Olijftak (1835-1879) en Tom Sintobin over een ruzie in het tijdschrift Vlaamsche Arbeid die "een veldslag in het expressionismedebat" werd. Johan Vanhecke reconstrueert de geschiedenis van een opdrachtexemplaar van cultdichter Jotie T'Hooft van zijn bundel Junkieverdriet, die hij wou bezorgen aan de zangeres Nico, maar nooit tot bij haar geraakte. Het exemplaar bevindt zich in het AMVC-Letterenhuis. Keurig onderzoekswerk allemaal, maar Zacht Lawijd heeft al sterkere nummers afgeleverd én het is ook een tikje raadselachtig waarom er een voorwoord (ter omkadering en situering van nét deze stukken?) ontbreekt.
Tags: Periodiek
Geplaatst door Dirk Leyman op 16-07-2008
Verwante berichten
Periodiek
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening