Jakhalzen en vlindervangers - over Wylie & Nabokov

Hoe Karel de Kale en Johanna de Waanzinnige aan hun epitheton zijn geraakt, vraagt niemand zich af. Karel was een jongen met een niet al te weelderige kruin. En dat Johanna Spanje doorkruiste met het al behoorlijk gistende lijk van haar overleden echtgenoot, zal de diagnose van de gerechtspsychiater geen deugd hebben gedaan. Niet zelden dus geldt voor een bijnaam: geen rook zonder vuur.
Ook in de wereld van de literatuur is zo'n bijnaam snel verdiend. Gotthold Ephraim Lessing was de Duitse Aesopus, Jean de La Fontaine de Franse, Castor staat voor Simone de Beauvoir en Victor Hugo was ‘le grand crocodile' en ga zo maar door. De New Yorkse literair agent Andrew Wylie staat al een eeuwigheid bekend als de jackal, en dat is niet vanwege zijn lieve snoet. Hij zit al ‘sinds een paar decennia muurvast op de top van de apenrots der literair agenten', zo poneerde NRC Handelsblad onlangs. Zijn portefeuille is inderdaad indrukwekkend: hij behartigt de literaire belangen van bijvoorbeeld Dave Eggers, A.M. Homes, Philip Roth, Orhan Pamuk en Salman Rushdie. Wylie heeft ook de literaire nalatenschappen van onder meer Saul Bellow, Yasunari Kawabata, Norman Mailer, Italo Calvino, Jorge Luis Borges en Giuseppe Tomasi di Lampedusa onder zijn hoede. Hij had ook mee de hand in het postume doorbreken van Richard Yates, W.G. Sebald en zijn nieuwste melkkoetje Roberto Bolaño. Lees onze column integraal op DWB.

Tags:
Geplaatst door Dirk Leyman & Hans Cottyn op 13-01-2010
Verwante berichten
Feuilles volantes
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening