Literair supplement - aflevering 30

Wekelijkse rubriek met overzicht van de belangrijkste literatuurrecensies- en interviews uit kranten- en weekbladen in Nederland en Vlaanderen. In samenwerking met Athenaeum Boekhandel Amsterdam (periode 5 december-11 december). Met veel aandacht voor Nicole Krauss, Willem van Zadelhoff, Lionel Shriver, Marie NDiaye, Martin Walser, W.G. Sebald e.a.

 

Jan Haerynck trok voor Knack Boeken naar Vlissingen voor een gesprek met Franca Treur. De succesrijke Zeeuwse debutante benadrukt nog maar eens dat Dorsvloer vol confetti geen autobiografische roman is, al erkent ze wel dat het een heel persoonlijk boek is. "Maar je opteert niet voor een mindere zin omdat je mogelijk iemand tegen het zere been schopt. Elke goeie zin maakt je gelukkig. Die laat je staan." Minstens even goed als Vrijheid, zo bestempelt Jan Stevens de nieuwe roman van de Amerikaanse auteur Lionel Shriver; die schept in Dat was het dan "een haarscherp, indringend portret van de Amerikaanse middenklasse met haar woedes, angsten en verlangens". Verder spreekt Philip Hoorne zijn appreciatie uit over de nieuwe bundel van Hans Claus, Overwicht, waarin de dichter afscheid neemt van zijn moeder en het lege huis dat ze achterliet. Aandacht ook voor De bezetenen van Elif Batuman, het relaas van haar leeservaringen is "beklijvend" en "een goudmijn voor aankomende auteurs" volgens Piet de Moor. En Tom van Imschoot las Ga niet weg, het laatste deel van Willem van Zadelhoffs romancyclus over de droom van het modernisme of "een meesterlijk einde van een beklemmende trilogie." 

 

Veel nonfictie woensdag ll. in Uitgelezen, de boekenbijlage van De Morgen, deze week met artikelen over nieuwe titels van Philipp Blom, Fik Meijer en Kathleen Taylor. En Dirk Leyman sprak in Berlijn met Marie NDiaye, die met Trois Femmes puissantes vorig jaar de Goncourt won en mikpunt werd van onstemde politici wegens haar felle kritiek op het beleid van Sarkozy. In Drie sterke vrouwen stellen de hoofdpersonen zich teweer tegen vernederingen, bedrog en sluimerend geweld. NDiaye daarover: "Ik hou ervan mijn personages in moeilijke situaties te plaatsen. Je moet samen met hen voelen dat het lichaam lijdt. Ik probeer neer te schrijven wat het lichaam moet doormaken. Ziekte, honger of vernedering". En instemmend met de interviewer "Nee, dit boek is niet feministisch in de geëngageerde zin van het woord. Maar une protestation en douceur, ja, dat klinkt wel mooi." Ilustrado, het labyrintische, veellagige debuut van de Filippijn Miguel Syjuco speelt zich af in Manilla, "de stad die het midden houdt tussen een kathedraal, een bordeel, een winkelcentrum, een urinoir en een discotheek." Marnix Verplancke labelt het als een van de fantasierijkste en indringendste debuten van het jaar. Lof ook van Annick Vandorpe voor Alejandro Zambra. Die Chileense cultauteur schrijft met Het verborgen leven van bomen weer een kort uitgepuurd verhaal, een boek om "in te graven, te onderstrepen, kanttekeningen te maken." Die recensente las ook Tegen de wind in van de Spaanse schrijfster Ángeles Caso, "een wervelende roman die een stem geeft aan een stem geeft aan de vele vrouwelijke immigranten wier leven in Europa een lijdensweg is". In de rubriek Pas verschenen Franse literatuur signaleert Dirk Leyman nog Ontwricht van Jean-Paul Dubois, De dag dat Malika niet trouwde van Fouad Laroui en De beloofde vrouw van Jean Rouaud.

 

Ga niet weg van Willem van Zadelhoff heeft trekken van een ideeënroman, merkt Mark Cloostermans in De Standaard der Letteren van vrijdag. En de roman, over de ontspoorde modernistische architectuur mag dan een hele boterham lijken, Van Zadelhoffs "handelsmerk is de lichtvoetige manier waarop hij academische dilemma's tot leven brengt", besluit de recensent die de Nederbelg graag manu militari bij de Vlaamse literatuur zou inlijven. 

Kathy Mathys werd omver geblazen door Brooklyn, de "sobere, haast overzichtelijke" roman van Colm Tóibín, en wisselt met de Impac-winnaar van gedachten over zijn werk waarin een Ierse uitwijkt naar Brooklyn. De auteur besluit het gesprek met: "De magie ligt niet in de woorden zelf, maar in de schaduw ervan." Ook Marijke Arijs sprak Marie NDiaye. Auteur en interviewer zijn het niet eens of de hoofdpersonen uit Drie sterke vrouwen nu slachtoffer zijn of niet en of het allemaal goed afloopt. NDiaye: "Dat is precies waar het hele boek om draait: om de wilskracht en de waardigheid van die vrouwen. Zo bekeken lopen de verhalen toch vrij goed af. Aan het eind krijg je in elk geval de indruk dat alles nog goed zou kunnen komen." Voor de maandelijkse poëzierubriek las Luuk Gruwez de rouwbundel Doodsbloei van Piet Boskma. De monomanie die de dichter in de 283 bladzijden tellende bundel over de dood van zijn vrouw tentoonspreidt, werkt een zekere roes op. "Elders ergert de dichter, vooral wanneer hij met regelrechte stoplappen, rijmdwang, pathos en versleten natuurlyriek komt aandragen." Pijnlijk om The shape of her van Rowan Somerville The Bad Sex in Fiction Award toe te kennen, vindt Kathy Mathys want in de verdienstelijke roman worstelen twee twintigers met hun verleden als slachtoffer van pedofilie en verkrachting. Maar ook cover en flaptekst zijn omwille van hun beach read gehalte slecht gekozen.

 

"Een moker van een debuut" zo omschrijft Jeroen Maris in HUMO Legende van een zelfmoord van David Vann, diep onder de indruk van de schrijver die in vijf uiteenlopende verhalen de tragische geschiedenis van zijn vader belicht. Laat u niet tegenhouden door de "zware rouwsluier" die over het boek hangt, vraagt de recensent want "u zou een boek van een wurgende schoonheid missen". Verder in Humo's boeken aandacht voor de memoires van George Bush en voor Parijs na de bevrijding van de historici Antony Beevor en Artemis Cooper.

 

In Letter & Geest drukt Trouw een vermakelijk stuk af van Karel van het Reve uit 1983, dat is opgenomen in het vijfde deel van het Verzameld werk: "Mijn bedrijf bestaat uit lezen en schrijven. [...] Wat het schrijven betreft: ik moet teksten afleveren, getypt, en ik moet een kopie van die teksten hebben om thuis te bewaren. Dat kan met een gewone schrijfmachine anno 1935 en een "blauwtje". Beter is wat ik nu heb: een elektrische schrijfmachine met correctietoets, en een kopieerapparaat. Het zou natuurlijk nog beter kunnen: [...] iets kleins, een printertje dat direct aan mijn schrijfmachine vastzit. Ook zou die schrijfmachine beter kunnen: geen papier, maar een scherm en een geheugen. Liefst een geheugen dat in staat is honderden pagina's te onthouden. Nog beter duizenden."
De nieuwe roman van Martin Walser, Angstbloesem, is volgens Rob Schouten politiek, maar ook stilistisch ijzersterk: "In mijn optiek rekent Walser hier af met iedere vorm van ideologie en onttrekt Angstbloesem, linksom of rechtsom, zich ten slotte aan elke partijdigheid, gewoon omdat het meesterlijk geschreven is."' Jaap Goedegebuure schrijft over Vlaamse auteurs en geweld, met als case studies de nieuwe romans van Yves Petry (die een "een gedenkwaardige voetnoot bij de esthetisering van het kwaad" zet) en Bart Koubaa ("Koubaa's hekelende komedie is veel complexer dan in dit korte bestek kan worden weergegeven; ook gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat hij zijn verhaaldraden tot een wel heel moeilijk te ontwarren kluwen heeft samengeklit."), en immer de invloed van Hugo Claus. Jann Ruyters leest Leo Pleysier ("Het blijft luchtig, losjes, wat klein ook, maar die spiegeling van vorm en inhoud maakt van Dieperik wel een zeer geraffineerde, speelse novelle.") en Janita Monna Joke van Leeuwen ("Ondanks enkele mooie gedichten wil de vonk bij het lezen van Grijp de dag aan niet echt overslaan.").


De boekenbijlage van de Volkskrant opent met Hans Boumans interview met Nicole Krauss (Het grote huis). Ze herkent zich in haar eigen personages, die toevlucht zoeken in het geschreven woord: "Voor mij is de literatuur een huis. Een goed boek is een toevluchtsoord, een bron van troost.'"Arjan Peters vervolgens leest het postuum verschenen Campo Santo van W.G. Sebald, die altijd weer "erop uit [is] geweest, in zijn essays over anderen en in zijn persoonlijke reisverslagen, om in kaart te brengen wat er verdrongen werd, vanuit het besef dat we de doden niet mogen vergeten, dat het een morele plicht is hen uit het massagraf van de anonimiteit te halen". "Herinneringskunst", noemt Peters dat, en het is Sebald gelukt, getuige de vijf sterren. Erik Menkveld herleest Cees Buddingh' ("Door de onderkoelde humor en aanstekelijke zelfspot waarmee hij een levenlang op de rand van de droefgeestigheid wist te balanceren, blijken veel van zijn gedichten verrassend houdbaar. Groot is deze doelbewust onpretentieuze poëzie moeilijk te noemen, maar ze raakt of amuseert nog altijd."), en Wineke de Boer leest Jean-Paul Dubois' Ontwricht, die "gekunsteld" blijft, en Ed Schilders ten slotte leest Het ideale boek. Honderd jaar private press in Nederland, 1910-2010, dat ook "interessante detailstudies" bevat, maar vooral zelf een ideaal boek is "doordat de geschiedenis van de private press in het bredere kader wordt geplaatst van het boekenvak in de vorige eeuw."


Birgit Donker interviewt voor NRC Handelsblad Boeken Lionel Shriver over haar nieuwste roman Dat was het dan (So Much for That), waarin ze het verhaal vertelt van een vrouw die lijdt aan een agressieve vorm van kanker: "Waarschijnlijk heeft dit boek het gelukkigste slot van al mijn boeken. Dat verdienden de personages, ze hadden zoveel ellendigs meegemaakt. Ik genoot van dat einde en schreef het in één adem."

Vogels met zwarte poten kun je niet vreten, het debuut van A.H.J. Dautzenberg wordt door Ewoud Kieft juichend besproken: "Dautzenberg mengt constant het bizarre met het alledaagse en creëert zo de ruimte om zijn verhalen volledig te laten ontsporen, of juist heel gedoseerd te ontregelen". Volgens Kieft steekt de bundel zelfs "met kop en schouders uit boven [Ilja Leonard] Pfeijffers korte verhalen (...) Dautzenberg is ook creatiever in zijn naargeestige pastiche beeldspraak". Guus Middag bespreekt het "verknipte lievelingsboek" van Jonathan Safran Foer, Tree of Codes, en roemt de vormgeving maar stelt ook vast: "Als het gewoon gedrukt was, op gewoon papier, zou het niet veel lezers hebben getrokken". Arjen Fortuin karakteriseert de "historische fantasy" van Rob van der Linden in De handelingen van Thomas, als "een verhalenestafette langs vuren en veldslagen": "Van der Linden slaagt er moeiteloos in om het ene relaas in het andere te laten overvloeien, om de verhalen en legenden door spiegelingen en verknopingen tot een geheel te maken waarvan de betekenis groter is dan de som der delen". Janet Luis is verrast door de "onverwacht mooie en spannende slotepisode" in Een zondagsman van Daan Heerma van Voss, maar voor de rest is ze er niet erg enthousiast over: "Ouwelijk, onpersoonlijk en saai". Margot Dijkgraaf is evenmin enthousiast over André Acimans Witte nachten: "Je zet vraagtekens, struikelt over personages waarmee maar geen band ontstaat, en dan dringt zich steeds meer het kunstmatige karakter van de roman op." Joyce Roodnat is wel lyrisch over Emmaüs van Alessandro Baricco: "Baricco eist, zonder dat hij zijn vertelling vertraagt, ruimte voor verzuchting, voor litanie, voor herinnering. (...) Voor de kracht van gedachten." De wachtenden van Olga Grushin, over het Sint-Petersburg van de jaren '60, had volgens Jan Donkers "gemakkelijk een louter bitter en cynisch boek kunnen worden", maar wat hem bijblijft is de empathie waarmee Grushin haar personages tot leven wekt.


In De Groene Amsterdammer een artikel uit The New Yorker, vertaald over Raymond Carvers Beginners de ongeredigeerde versie: '"Ik zie wat je hebt gedaan, wat je eruit hebt gehaald", schreef Carver over Beginners in zijn lange, gekwelde brief aan Lish, "en ik bewonder je inzichten, ze zijn verbijsterend, schokkend zelfs." Cyrille Offermans dan, over Huub Beurskens: "Beurskens is de meester van de plotselinge overgang. Maar niet, zoals hij overtuigend betoogt, om in het hoofd van de lezer een kortsluiting teweeg te brengen of om hem op het verkeerde been te zetten, eerder om te demonstreren dat alles raakt aan alles." Maria Vlaar, ten slotte, neemt Yann Martels Beatrice en Vergilius en Dieter Schlesaks De apotheker van Auschwitz om naar Auschwitzliteratuur te kijken: "Martels macabere spel zet de lezer uiteindelijk meer aan het denken dan Schlesaks authentieke verslag."


In de Republiek der Letteren & Schone Kunsten van Vrij Nederland schikken nu de Letteren in voor de Schone Kunsten, in casu een Groningenspecial. Maar eerst: Nicole Krauss (foto), geïnterviewd door Henk van Renssen: "Ik wilde juist een roman schrijven die het gevoel gaf dat ze geen centrum had, geen traditionele centrale protagonist of een centrale plek of een centraal thema. Het ging me er meer om op een ondergrond niveau het boek bij elkaar te houden." Korte recensies over de boeken van Jessica Durlacher, E.T.A. Hoffmann (Allard Schröder geeft vier-en-halve ster), Piet Gerbrandy en Hans Dijkhuis.
En in het kader van 'Cultuurstad Groningen': Stefan Kuiper in gesprek met Jean Pierre Rawie: "De herfst is, om met Apollinaire te spreken, mijn mentale seizoen. Daarom is het ook zo gunstig dat ik in Groningen woon - daar is het namelijk altijd herfst. (lachje).'


In Het Parool Supplement schrijft Arie Storm over De zus die Anna Magnani niet was van Aristide von Bienefeldt "dat het een grappige komedie [is], die vakkundig in elkaar is gezet. Het zou leuk zijn als dit genre in Nederland eens echt van de grond kwam. Aristide von Bienefeldt heeft een geslaagde aftrap gegeven".
Guus Luijters over Osip Mandelstams Neem mijn verzen in acht: "een schitterende bundel, vol prachtige poëzie, maar Mandelstam is naar mijn smaak wel erg vaak van zijn mysterie ontdaan en daardoor onschadelijk gemaakt. Jammer is ook dat elke vorm van verantwoording over de keuze van de verzen ontbreekt." Jasper Henderson is totaal niet onder de indruk van de debuutroman Axolotl roadkill van Helene Hegemann: "Als dit de vaandeldraagster is van de nieuwste Duitse literatuur, voorzie ik een schrale toekomst voor onze oosterburen. Ik zou ze aanraden de vertaalrechten van de zo rijke jongste generatie Nederlandse auteurs [...] onmiddellijk in te kopen." Theo Hakkert bespreekt Roberto Bolaño's Het Derde Rijk. "Qua sfeer en karaktertekening' is het een echte Bolaño. 'Met het landerige nihilisme dat zo kenmerkend is voor vele personages in zijn andere werk, zijn vooral de mannen in dit boek behept. De roman maakt bovendien nieuwsgierig naar wat allemaal nog komen zal." Thomas Verbogt ten slotte bespreekt in een lang stuk Jaap Scholtens Kameraad Baron. "Scholten weet waarover hij schrijft, nog belangrijker: hij heeft er hart voor. [...] Zijn boek is vol, kleurrijk, hier en daar grimmig, vaak verbazingwekkend, en daarbij lekker geschreven."

Verwante berichten
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening