‘The New Yorker' kiest 20 veelbelovende Amerikaanse auteurs onder 40 jaar

Het eminente Amerikaanse magazine The New Yorker heeft opnieuw in zijn literaire glazen bol gekeken. In het recentste nummer presenteert het een uitgebalanceerde lijst met 20 Amerikaanse fictie-auteurs onder de 40 jaar, die we in de toekomst zorgvuldig in de gaten moeten houden.

Het genderevenwicht is netjes gerespecteerd in The New Yorker-lijst, die zojuist is gepubliceerd in een speciaal ‘fictienummer' van het blad. Tien mannen en tien vrouwen mogen beginnen dromen van een roemrijke literaire carrière, zo veronderstelt de redactie, die haar peiling wel afbakende tot auteurs die in Noord-Amerika zijn geboren of er momenteel wonen. Daarbij is geopteerd voor een mix van gevestigd talent en nobele, zij het veelbelovende, onbekenden.

Zodoende stuiten we op namen van enigszins gereputeerde auteurs als Chimamanda Ngozi Adichie (32), Chris Adrian (39), Jonathan Safran Foer (33), Rivka Galchen (34- foto), Nicole Krauss (35) Gary Shteyngart (37) en Wells Tower (37). Maar wedden dat u vast nog nooit gehoord hebt van pakweg Téa Obreht (die pas in 2011zal debuteren), Yiyun Li (37) of Karen Russell (28)? New Yorker-hoofdredacteur David Remnick zegt dat de lijst "licht wil werpen op schrijvers die de lezer misschien nog niet kent én ter hand moet gaan nemen." Verder verantwoordt de redactie haar keuze door te stellen dat "deze twintig mannen en vrouwen de vitaliteit en inventiviteit tonen van de hedendaagse Amerikaanse fictie." Bij het samenstellen van de ‘20 under 40-list' contacteerde de redactie in het grootste geheim ook literaire agenten, uitgeverijen én vooraanstaande auteurs, die namen konden suggereren.Maar er werden vooral veel teksten gelezen: boeken of fragmenten uit literaire tijdschriften.
The New Yorker wijst er op hoe divers de roots zijn van de geselecteerde auteurs, die kennelijk uit alle hoeken van de planeet naar Amerika kwamen afgezakt: Nigerai (Adichie), Peru (Alarcon) China (Li), Ethiopië (Mengistu) en Rusland (Shteyngart). Even opvallend zijn hun erg uiteenlopende beroepsachtergronden. Remnick vindt die diversiteit een troef: "Als ze allemaal dezelfde boeken zouden schrijven, zou dat wel erg vervelend zijn", stelt hij in The New York Times. "Dit is geen literaire beweging, maar een groep erg beloftevolle schrijvers. Sommigen schrijven erg conventioneel, anderen hebben een heel eigen stem. Anderen brengen je als het ware het nieuws uit een andere cultuur." Critici van de lijst vinden het jammer dat twee net-veertigjarigen Dave Eggers en Colson Whitehead sneuvelden.
Dat de lijstjesmakers van The New Yorker bijzonder invloedrijk zijn en niet over één nacht ijs gaan, bewees ook al hun vorige oefening. In 1999 kwamen ze met hun ‘The Future of American Fiction'-lijst. Daarop troffen we schrijvers als Michael Chabon, Junot Diaz, Jeffrey Eugenides, Jhumpa Lahiri of Jonathan Franzen aan. Auteurs die nu niet meer weg te denken zijn uit het Amerikaanse literatuurlandschap.

Tags: Amerikaanse literatuur, Wereldliteratuur, Literaire tijdschriften
Geplaatst door Dirk Leyman op 11-06-2010
Verwante berichten
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening