Literair supplement - aflevering 4

Een keur uit de belangrijkste literatuurrecensies- en bijdragen in Vlaamse en Nederlandse periodieken, van 8 to 15 juni. Rubriek in samenwerking met de Amsterdamse Athenaeum Boekhandel

 

In Uitgelezen van De Morgen praat Julia Blackburn over haar boek Wij drieën met Marnix Verplancke. Pas onlangs kon ze eindelijk over haar moeder schrijven; het werd een tongue-in-cheek-autobiografie over opgroeien in een disfunctioneel gezin met een getormenteerde vader en een moeder die in Julia een concurrente zag. Dirk Leyman leest de Memoires van een slecht mens van Theo Kars en is onder de indruk van "de heldere ietwat gedragen toon die een groot leescomfort garandeert". Deze memoires "van de kreukvrije zeventiger en Casanova-vertaler over de periode 1940-1964 vol schrandere formuleringen, haarscherpe portretten, schelmenstreken en erotische avonturen doen reikhalzend uitkijken naar meer". Met De schilder en het meisje beschrijft Margriet De Moor, "de ongekroonde koningin van de historische roman" - dixit recensent Dirk Leyman - twee in elkaar hakende levensgeschiedenissen binnen één etmaal in de 17de eeuw. Het werd "een technisch kundige vertelling, vol klankrijke motieven" waarmee De Moor je binnenloodst in een trots, welvarend maar ook onbuigzaam Amsterdam.

 

De boekenbijlage van NRC Handelsblad opent met een bespreking van The History of White People van historica Nell Irvin Painter, maar het boek van de week is de Indische familiegeschiedenis Asta's ogen van Eveline Stoel, een "voortrekkelijke reconstructie" volgens Elsbeth Etty, waarin Stoel haar lezers "volgens het beproefde recept van de naturalistische roman nieuwsgierig maakt naar al haar personages". Ook een interview met Brett Easton Ellis over Imperial Bedrooms: "Kunstenaars voelen soms de aandrang om werk dat zich een zekere status heeft verworven, eigenhandig onderuit te halen. Dus jullie koesteren mijn werk, jullie zijn eraan gehecht? Ik ga daar vraagtekens bij zetten." Hans van der Heijde bespreekt Salon Deutschland, waarin Wolfgang Martynkewicz een "grondig gedocumenteerd antwoord" geeft op de vraag of er een band heeft bestaan tussen de NSDAP en de kunstzinnige Duitse elite. Verder een artikel over twee boeken die een andere dan sportieve blik bieden op het WK in Zuid-Afrika; De droom van Zuid-Afrika en Abdelkaber Benali's De weg naar Kaapstad. Ewoud Kieft looft het debuut van Gerwin van der Werf, Guus Middag bespreekt alsnog het "onbesproken boek" Verzen van Gorter, evenals Wislawa Szymborska's Hier ("De poëzie zit bij haar niet in het rijm, maar in de bondigheid en in de beelden") en Arjen Fortuin oordeelt over Münstermanns Ik kom je halen als het zomer is dat de auteur de "stilering van het boek niet overdreven veel aandacht heeft gegeven" en dat "de spanning er langzaam uit wegloopt". NRC noemt Delphine Lecompte als favoriet voor de C. Buddingh"-prijs. Kester Freriks bespreekt Jon Fosses Slapeloos en Pieter Steinz Goethes Affiniteiten: "De spectaculaire ontwikkelingen, de spitse dialogen, de ongebreidelde emoties - ze tonen Goethe als een van de voorlopers van het moderne televisiedrama. Met één verschil: hij heeft geen toneelspelers nodig om zijn verhaal tot leven te brengen".

 

In Dichters&Denkers (De Groene Amsterdammer) een groot stuk over de vier genomineerde bundels voor de Buddingh"-prijs door Piet Gerbrandy. Zijn favoriet is De dieren in mij van Delphine Lecompte, "de enige die verplettert, verschrikt en naar adem doet happen." Joost de Vries bespreekt Münstermanns Ik kom je halen als het zomer is: "de levens van de kinderen worden getekend door de oorlog van de ouders. (...) Het is een thema dat geen originaliteitsprijs verdient, maar Münstermann weet het eens te meer heel invoelend te illustreren", en Maria Vlaar De nieuwkomers, het eerste deel van een autobiografisch drieluik van de Sloveense schrijver Lojze Kovacic. Jacq Vogelaar is onder de indruk van de "documentaire roman" Zonneschijn, maar zet ook zijn vraagtekens: "Inderdaad bevat het boek veel feiten en documentair materiaal (...) Dan begrijp ik niet goed waarom Dasa Drndic terwijl ze rijkelijk citeert nauwelijks vermeldt wat haar bronnen zijn geweest". Verder aandacht voor Het schandaal van de filosofie, waarin Henri Oosthout de hoofdlijnen van het sceptische denken van de oudheid tot nu schetst.

 

In de Republiek der Letteren van Vrij Nederland Jeroen Vullings over Joran van der Sloot als literair personage, en Hans Renders over de biografie van Joseph Pulitzer (foto), die na een hevige concurrentiestrijd met William Randolph Hearst in de laatste periode van zijn leven wanhopig op zoek naar stilte een kluizenaarsbestaan leidde. David Mitchell publiceert het eerste deel van een serie over het archiefmateriaal dat hij gebruikte voor zijn roman De niet verhoorde gebeden van Jacob de Zoet. Dries Muus bespreekt de verhalenbundel There is something out there van Richard Bausch: "aan het begin van de verhalen voel je iets vaags, iets unheimisch, maar je wordt niet meteen bij de strot gegrepen - en dan merk je dat Bausch de duimschroeven aandraait, dat hij dat al vanaf het begin deed." Rob Schouten vindt Marjolijn van Heemstra's debuutbundel Als Mozes had doorgevraagd "iets warm-menselijks" uitstralen, "iets empathisch, eigenschappen die je in de jongste poëzie niet vaak aantreft." Verder een recensie door Kathy Mathys van A.S. Byatts Het boek van de kinderen ("Hoeveel informatie heeft een lezer nodig?"), Kim Bos over de "mislukte "literaire" bundel" Stervensuur ("Je voelt steeds dat er plichtmatig een onverwachte, bizarre wending aan het verhaal is gegeven" en Maarten "t Hart kan op basis van Goethes Affiniteiten "niet veel anders dan concluderen dat deze bedaagde womanizer een filister was die doodsaaie romans en treurspelen heeft afgeleverd".

 

De vertaling Een huis vol van Bill Brysons At home had beter Thuis geheten, oppert recensent Mark Reynebeau in de Standaard der Letteren, want dat legt de nadruk op het intimiteit van het onderwerp. Brysons zoektocht naar het verhaal achter onze huisraad groeit uit tot een brede cultuurgeschiedenis want het huis is geen schuilplaats voor de geschiedenis maar de plek waar de geschiedenis uiteindelijk belandt. Mark Cloostermans opent zijn recensie van Opnieuw en opnieuw en opnieuw van Joost Vandecasteele met een bekentenis; Vandecasteeles debuut had hij overschat. "Want dat debuut stelt niks voor in vergelijking met deze roman waarin Penthesilea aka Penny het opneemt tegen Achilles aka Alex in een Neo-Spartaanse hardboiled liefdestragedie". "Een superbe roman", oordeelt de recensent met "personages die je iets doen en thema's die je blijven plagen". Aandacht voor het WK in Zuid-Afrika ook. Marnix De Bruyne bezocht sinds 1994 met regelmaat het plaatsje Soekmekaar en bericht in Het land van Soekmekaar over een "land in de kering gebaseerd op het wel en wee van de bewoners van dit dorp met een leuke, welluidende naam". Na zes jaar als correspondente in Johannesburg had Petra Quaedvlieg er genoeg van en verliet de gewelddadige stad, maar haar zwart huispersoneel had die keuze niet. Met Fanie en Rose blikt de auteur terug; "een onroerende vertelling van een blank gezin met zwart huispersoneel". Ine Roox recenseert Antjie Krogs Niets liever dan zwart. De dilemma's waarmee Krog zich als blanke anti-apartheidsactiviste zag geconfronteerd monden uit in een "zoektocht naar eigen identiteit, onder het motto van haar eigen zwart-zijn, een bijzonder boeiend proces dat buitenlanders geregeld een spiegel voorhoudt." Tweesprong, de autobiografie van Andre Brink, fungeert als boekentip voor wie zich een idee wil vormen over hoe het was om op te groeien tijdens het apartheidssysteem. Voorts bespreekt Luuk Gruwez de nieuwe bundel Het is niet anders van Chrétien Breukers: "Deze bundel overtuigt". De rubriek Kort is gewijd aan Het laatste weekend van Blake Morrison en aan Lastmens, drie verhalen van Elke Geurts, "subtiel geschetste wreedheid door een stem om mee rekening te houden," aldus Eva Berghmans.

 

In de Volkskrant schrijft Arjan Peters over Pierre Kemp. Een leven; "Een biografie die zich niet waagt aan stoutmoedige interpretaties of een eigenzinnige structuur", besprekingen van het luisterboek van Het verloren symbool, van Thedoor Holmans De plant die muziek maakte en van Molotovs toverlantaarn. Sasha Polakow-Suransky's The unspoken alliance krijgt van Leo Kwarten vijf sterren en ook Wim Bossema is positief over Congo, een "wonderlijke mengeling" van geschiedschrijving en romankunst. Verder een interview met Mircea Cartarescu en een bespreking van The Plundered Planet van Paul Collier, die "helder schrijft en interessante ideeën poneert" maar tegelijkertijd "te veel vertrouwt op economische logica, gedachtenexperimenten en modelmatige versimpelingen" en van De sprekende slang door Nico Dros.

 

In Trouw een grote bespreking van Bill Brysons Een huis vol, waarvan de uitwerking volgens Paul van der Steen "overtuigender had gekund". Joost Zwagerman leest De figuranten, dat hem ook na lezing niet losliet ("die tergende leegte zeurde opmerkelijk lang na. Bret Easton Ellis duwt ons met deze roman wéér een laag verder in de nachtmerrie van het ultieme Niemandsland. Weinig schrijvers die hem hierin kunnen overtreffen") en Jann Ruyters bespreekt Het kraaien van de haan van Piet Meeuse.

 

Met Eigen gebrek schreef Thomas Pynchon een uitmuntend verteld spannend rechttoe rechtaan verhaal vol grappen en grollen, oordeelt Jan Stevens in Knack (van 9/6/2010). Pynchon dient ditmaal geen postmoderne chaos op, maar schreef een roman die leest als een filmscenario van de Coen-broertjes. Stevens hoopt ook dat de verhalenbundel Van je familie moet je het hebben van David Sedaris hier eindelijk wat bekendheid oplevert. In een uitgebreid interview met Piet de Moor overschouwt Ismail Kadare zijn oeuvre en verhaalt de ontstaansgeschiedenis van enkele werken geschreven in het Albanië ten tijde van dictator Hoxha. Hij concludeert dat hij destijds bescherming zocht in het gevaar : "Ik besefte dat ik, door me in het gevaar te begeven, beschermd werd door de krankzinnige logica die ingebouwd was in het totalitaire systeem."

 

Hij facebookt noch twittert, schrijft Kristoff Tilkin in HUMO over Don DeLillo maar neemt met Het punt Omega alweer een literaire röntgenfoto van deze tijd, met stip zijn beste roman in jaren. Geen Coen-verwijzing bij Jeroen Maris, die bestempelt de taal van de personages in Eigen Gebrek van Thomas Pynchon als Pulpfictions en vindt het een dolkomische en toch ook wat wrange lap literatuur.

Tags: Literair supplement, Nederlandse literatuur, Wereldliteratuur, Amerikaanse literatuur, Britse literatuur
Geplaatst door Johan Eeckhout/Marleen Louter op 14-06-2010
Verwante berichten
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening