Prehistorische potvis vernoemd naar Herman Melville

Herman Melville, de schrijver van Moby Dick, krijgt een prehistorische potvis naar zich vernoemd, zo meldt Nature. Paleontologen ontdekten in een Peruaanse woestijn een potvisschedel van ongeveer twaalf miljoen jaar oud. Het dier, dat volgens de wetenschappers roofzuchtig was, kreeg de taxonomische naam Leviathan melvillei. Het zeezoogdier was tussen de dertien en achttien meter lang en had slagtanden waarvan sommige wel 36 centimeter groot konden worden. Waarschijnlijk voedde het dier zich met de kleinere baleinwalvis. De huidige potvissen jagen op inktvissen en hebben geen noemenswaardige tanden. Het fossiel werd in 2008 ontdekt door de Nederlandse onderzoeker Kees Post.

"Moby Dick is een van mijn favoriete zeeverhalen," aldus Olivier Lambert van het Muséum national de l'Histoire Naturelle in Parijs, die samen met Post zijn bevindingen publiceerde. De onderzoekers vernoemden het dier naar Melville als eerbetoon aan de schrijver en zijn bekende verhaal over de witte walvis.

Melville publiceerde Moby Dick in 1851. Het verhaal over kapitein Ahab en zijn nemesis geldt als een van de grote klassieken uit de wereldliteratuur en werd vele keren bewerkt, voor tv, film of theater, als kinderverhaal, graphic novel of computergame. Melville baseerde zijn boek op de verhalen van zeevaarders die door een witte potvis waren aangevallen. In de achttiende en negentiende eeuw floreerde de walvisvaart. Walvissen werden bejaagd voor hun vlees, baleinen, vet of voor de witte vloeistof in hun schedel, de spermaceti of walschot. Deze olieachtige vloeistof werd in pre-elektrische tijden gebruikt voor de betere kaarsen of olielampen. (foto: Gregory Peck in de verfilming van John Huston uit 1956)

Tags: Amerikaanse literatuur, Klassiekers
Geplaatst door Hans Cottyn op 01-07-2010
Verwante berichten
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening