Literair supplement - aflevering 13

Een selectie van recensies uit kranten- en weekbladen, met de klemtoon op de literatuur, periode 10-14 augustus 2010. In samenwerking met Athenaeum Boekhandel.

 

Is internet inderdaad dé aandachtversnipperaar en de voornaamste bedreiging voor het diepgaande lezen, zo vroeg Dirk Leyman zich af in zijn uitgebreide openingsstuk 'Leve het trage lezen' in Uitgelezen van De Morgen. Hij doet dat aan de hand van het alarmistische The Shallows: What the Internet is Doing to Our Brain van Nicholas Carr en heeft en passant lof voor Over rusteloosheid waarin classicus Arjan van Veelen, naast andere onderwerpen, ook ons oeverloze internetzapgedrag, onder de loep neemt. Internetwatcher Carr raakte ervan overtuigd de concentratie om dikke pillen te lezen, kwijt te zijn geraakt door de gewenning aan korte, flitsende internetinfo. Bezorgde Britse en Amerikaanse academici ijveren intussen voor hun 'slow readingbeweging' en promoten - ook via het net - het trage lezen. Paniek voor hersenschade en concentratieverlies is wellicht nergens voor nodig. Gewoon regelmatig resoluut offline gaan én u daadwerkelijk afzonderen met een goed boek.

Met Het rijk der lichten schreef Koreaanse schrijver Kim Young-ha een psychologisch verhaal over ene Kim Kiyong, een zo goed als ex-spion die te Seoel vanuit zijn vaderland per codemail plots de raad krijgt naar Noord-Korea terug te keren. Marnix Verplancke ziet fundamentele eenzaamheid en beaamt de gelijkenissen met Haruki Murakami. Met Garderobe heeft Luuk Gruwez - door Paul Demets omschreven als de romanticus van het alledaagse, maar ook van het vleselijke - het substantieelste deel van zijn dichterlijke oeuvre tot nu toe samengebracht. Opvallend is verder het grote aantal geretoucheerde gedichten zodat het werk als geheel bijna een nieuwe bundel is geworden; het aanschaffen waard, acht de recensent. Lang leven is de nieuwe bundel van Mark Insingel. Demets ziet "een grote interne consistentie, als een bezwering, maar ook als aanvaarding van de vergankelijkheid". Verder veel crime in Uitgelezen, en jeugdboeken.

  

Vermakelijk en leerrijk, smeuïg en wonderlijk, zo omschrijft Geerdt Magiels in de Standaard der Letteren van vrijdag jl. de verhalen van ziektegeschiedenissen en anatomische afwijkingen door ethicus Erwin Kompanje gebundeld in De penisverkorter. Voor de zomertips worden vier romans uit de tropen toegelicht. Alle Lansu las Het labyrint van Luanda van de Portugees José Eduardo Agualusa die ook deze roman in zijn geboorteland Angola situeert. "Met zijn speelse geest en zijn aanstekelijke vertelplezier" ventileert Agualusa eens te meer zijn visie op de verontrustende ontwikkelingen in het door corruptie geteisterde land. Het debuut van Ethiopische schrijfster Maaza Mengiste, De leeuw en de keizer, speelt zich af in de jaren zeventig toen het keizerrijk van Haile Selassie ten onder ging en er een socialistische militaire dictatuur in de plaats kwam. De Brits-Somalische auteur Nadifa Mohamed schreef Zwarte Mamba als eerbetoon aan haar vaders avontuurlijke jeugd in Oost-Afrika, maar "de auteur verliest gaandeweg de pedalen met ongeloofwaardige plotwendingen", oordeelt Ine Roox. Met Het lange lied haalde Andrea Levy de longlist van de Man Booker Prize, ze bewijst hiermee een talent voor komedie maar kan recensente Kathy Mathys niet echt raken.

Jolien Janzing, die een roman over het verblijf van de zusters Brönte in Brussel voorbereidt, schreef een reisverhaal vanuit Haworth, de hoofdstad van Brontë-country. Fans van de zussen Charlotte, Emily en Anne worden ook met hedendaagse romans op hun wenken bediend, met onder meer The taste of sorrow (Jude Morgan), Becoming Jane Eyre (Sheila Kohler) en Emily's ghost van Denise Giardina. Met Het ijzig hart hengelt de Spaanse bestsellerschrijfster Almudena Grandes nadrukkelijk naar literaire erkenning, vindt Marijke Arijs. Het over de complete twintigste eeuw uitwaaierende familie-epos "levert een bizarre mix op van grote geschiedenis en petite histoire, van feiten en trivialiteiten, van historische accuratesse en onversneden pathos". Verder nog een interview met de gelauwerde jeugdboekenschrijfster Meg Rosoff.

 

Boek van de week in Knack is Garderobe, de nieuwe bloemlezing uit het werk van Luuk Gruwez (foto). Philip Hoorne ziet "thematische diversiteit en de mix van tegenstellingen: romantiek en realisme, verhevenheid en banaliteit, barokke zinnen naast vulgaire spreektaal" van een dichter die ook om zijn taalrijkdom mag worden geroemd. Piet De Moor interviewt de Berlijnse schrijfster Judith Hermann over haar recentste verhalenbundel Alice. In de vijf in elkaar hakende verhalen sterft telkens de man aan wie het verhaal is gewijd, Alice blijft achter. Een gesprek over troost, het eigene van het korte verhaal én leren schrijven zonder sigaret. Tom Van Imschoot belicht deel 13 van het Verzameld Werk van Louis Paul Boon. Die verwerkte in De paradijsvogel (1958), De meisjes van Jesses (1973) en het onvoltooide Het boek Jezebel (1967, postuum 1999) repectievelijk het leven van Marilyn Monroe, het Profumo-schandaal en de moord op Sharon Tate tot groteske werken die ook nu spookachtig herkenbaar blijven. Maarten Dessing raadt aan Narcissus van Maarten Schinkel met zo min mogelijk voorafkennis te lezen.

 

 Antoine Verbij prijst in Trouw Elfriede Jelineks De contracten van de koopman, in vertaling: "Maar het belangrijkste is dat [Inge] Arteel de taal vloeiend houdt. Daarom heeft de Nederlandse tekst hetzelfde effect als de Duitse: hij imponeert, hypnotiseert en verplettert."


Jan Luijten prijst in de Volkskrant Katharina Hagena's De smaak van appelpitten ("een mooi, deels dramatisch verhaal over een familie op het weidse Noord-Duitse platteland". De paradoxen waar de hoofdpersoon van houdt, zetten "aan tot nadenken over weten, vergeten en onthouden"). Hans Bouman schetst in diezelfde krant Jonathan Coes nieuwste, De verschrikkelijke eenzaamheid van Maxwell Sim als "een tragisch en aangrijpend boek, een moderne visie van de klassieke clown".

 

Roelof van Gelder opent de bijlage Boeken van NRC Handelsblad met Montaigne, aan de hand van Montaigne zelf, Sarah Bakewells levensbeschrijving ("informatief en goed leesbaar, maar wat geforceerd van constructie") en Jenny Diski's biografische roman over een van Montaignes aanhangsters (De dochter van Montaigne, "een wrang portret van een licht geschifte vrouw over wie historisch gezien niet zo heel veel bekend is"). Verder recensies van Herman Stevens' Vaderland, Christos Tsiolkas' De klap (Toef Jaeger: "een mooie roman [...] over acht nare mensen") en Helen Dunmores The Betrayal (Rob van Essen: "Dunmore [weet] haar nuchtere toon te behouden - wat het verhaal er alleen maar indrukwekkender (en ijzingwekkender) op maakt").

 

In Vrij Nederland een interview met thrillerschrijfster Maj Sjöwall (foto), onder meer over de saaie, economische misdaad in het hedendaagse Zweden waar ze geen nieuwe thriller meer over zou kunnen schrijven: "Ik houd meer van de menselijke misdaad". David Duijnmayer ziet in de vertaling van Jonathan Lethems De chronische stad een obstakel voor de lezer: "de stilist Lethem komt er in het Nederlands bekaaid vanaf". Desondanks is zijn oordeel positief: "De chronische stad schetst een wereld die in al zijn absurditeit een vervreemding voelbaar maakt, die ook voor Nederlandse stadsbewoners herkenbaar is." Kathy Mathys vergelijkt Het laatste weekend van Blake Morrison in haar bespreking met Kochs Het diner, maar concludeert dat de eerste uiteindelijk tekortschiet: "een thriller die interessante thema"s aanhaalt om ze snel weer opzij te schuiven" en Rob Schouten buigt zich over het "nieuwe debuut" van Harry Vaandrager, de achterneef van Cornelis Bastiaan: "ondanks het nogal vermoeide en afgeleefde karakter van Vaandragers poëzie schoot ik regelmatig in de lach om al dit onbewimpelde dichtersbesef".


De nieuwe roman van Sophie Zijlstra, Potifars vrouw, is "verbluffend". Daarmee opent Arie Storm de twee zomerse boekenpagina"s van Het Parool: "[Zijlstra] is een fictieschrijver die knap gebruikmaakt van de werkelijkheid, van de volheid ervan, en die er ook nog eens in slaagt die werkelijkheid tegen de klippen op overtuigend aan te bieden." Alle Lansu looft Le Clézio"s Refrein van de honger ("Prachtig beschrijft Le Clézio hoe de jonge vrouw die zijn moeder zou worden, haar ouders beziet.") en Victor Schiferli Luuk Gruwez' keuze uit zijn gedichten Garderobe ("een welbespraakt dichter met een humorvolle blik op het treurigste detail, die een hekel heeft aan overdreven dichterlijkheid").


Deze week filosofeert Jasper Henderson in De Groene Amsterdammer, over de kracht en de teloorgang van de redacteur ("De vraag zou niet moeten zijn of er nog wel goed wordt geredigeerd in Nederland, maar eerder deze: is er eigenlijk nog wel ruimte voor een (literair) redacteur, of is het vak ondanks zijn jeugdige leeftijd straks ten dode opgeschreven?"). Graa Boomsma leest John Updikes laatste verhalen, De tranen van mijn vader ("Wie Updike"s verhalen leest weet dat de rake details die zijn vertellingen stofferen stuk voor stuk een vreugdevol avontuur waarborgen. Ziedaar de zin, van lezen en leven.") en Joost de Vries Ton Rachmans The Imperfectionists ("een romantische lofzang op een beroepsgroep die in deze digitale tijd onder druk staat"). Piet Gerbrandy ten slotte raakt vermoeid door Sasja Jansens "ontregelende combinatie van conceptuele constructies met visuele concreetheid en in de meeste gevallen een verhalende structuur" in Wie wij schuilen.

 

Voor HP|De Tijd sprak Maarten Dessing met Dimitri Verhulst over zijn komende roman De laatste liefde van mijn moeder, met, weer, autobiografische elementen. "Als ik slim was geweest, had ik er tien jaar mee gewacht. Maar ik ben niet slim. Ik dacht: ik heb stilistisch en mentaal de maturiteit bereikt om dit nu te schrijven. Twintig jaar geleden zou de verleiding te groot zijn geweest om van mijn moeder een karikatuur te maken en er lacherig over te doen. Nu kan ik alle karakters gelijkelijk berechten." (Blijkbaar hoeft HP/De Tijd niet het embargo te respecteren dat momenteel nog op het boek rust, nvdr)

Verwante berichten
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening