Literair supplement - aflevering 14

Literatuurrecensies uit de Nederlandse en Vlaamse krantenboekenbijlages en weekbladen, voor u geselecteerd (periode 17-21 augustus), met veel (verdeelde) aandacht voor de nieuwe Verhulst. In samenwerking met Athenaeum Boekhandel.

 

Wil Rouleaux leest in Trouw met plezier de nieuwe Siegfried Lenz, Een minuut stilte: "Maar Een minuut stilte is juist opvallend compact en laat diverse modernismen zien - zonder dat dit overigens ten koste gaat van het leesplezier." En prijst de vertaling door Gerrit Bussink.

 

In de boekenpagina's van de Volkskrant recensies over Erwin Mortiers Congoboek (Wim Bossema over de terugkeer van Jef Geeraerts in Congo: "Mortier is de ideale chroniqueur van dit bezoek. [...] De schrijver kiest voor de onbevangen eerste blik."), Francesco Biamonti's Waaierwind (Edwin Krijgsman: "Stugge dialogen, de zilte smaak van de zeewind, hitte die je hersens laat koken - Biamonti voert ons naar een wereld waar de natuur de mens tot een figurant maakt.") en Andy Stegemans En in het uur van onze dood (Aleid Truijens: "óók een pleidooi voor de zorg"). Arjan Peters besluit zijn recensie van de nieuwe Dimitri Verhulst: "Een droevige episode moest en zou tot een lollige roman worden opgerekt; van geen van beide bleef iets substantieels over." Ook erg lovende aandacht voor de studie Parisians van Graham Robb, door Ariejan Korteweg.

 

In de bijlage Boeken van NRC Handelsblad is het boek van de week de nieuwe Dimitri Verhulst, De laatste liefde van mijn moeder. Elsbeth Etty betoogt dat Verhulst weliswaar weer bij tijd en wijlen stilistisch briljant is, maar dat er iets niet klopt: "Om duidelijk te maken hoe dom en benepen de wereld van Martine en Wannes eruit ziet, plakt Verhulst de jaren vijftig over de jaren tachtig heen. Dat is de grootste zwakte van deze roman." Ze concludeert dat De laatste liefde van mijn moeder een "niet heel sterke roman" is - niettemin een van NRC's "beste boeken van week 33". Pieter Steinz interviewt Margriet de Moor: "Een boek, gemaakt van woorden, doet alsof het echt is; maar dat is het niet. Het is fictie, en dat geeft de schrijver de vrijheid - om als het verhaal er om vraagt van perspectief te wisselen en om de consequentie te doorbreken. Consequentie in de literatuur is een onzinnige eis van literatuurwetenschappers." En ten slotte enkele recensies van buitenlandse literatuur, waaronder Jan Donkers over Richard Russo ("Mooie, onderhoudende momenten [...] - maar de herinnering [...] zal niet lang beklijven.') en Margot Dijkgraaf over een drietal sociaal bewogen Franse boeken ("Maar wat een solidariteit in de misère, wat een vriendschap en wat een onderlinge kameraadschap. Aubenas laat de onderkant van de maatschappij zien, de Franse in dit geval, maar wat ze ziet, geldt net zo goed voor alle westerse landen. Le quai de Ouistreham is goed geschreven én echt gebeurd. Ook Aubenas getuigt van leven in de marge - en hoe.").

 

In Vrij Nederland een reportage over hoe Japanners de boeken van Haruki Murakami beleven. De ervaring van de 25-jarige Aya Yagita bij het lezen van haar eerste Murakami, is veelzeggend: '"Het gaf me een raar gevoel in mijn hoofd," herinnert ze zich. "Ik kreeg niet direct alles helder, bleef er maar over malen. Ik droomde er zelfs over. In het begin voelde dat niet goed - ik werd er zelfs wat angstig van. Japanners leven georganiseerd en houden niet van onduidelijkheid. Maar nu heb ik het omarmd.'" Ook een groot stuk van Sana Valiulina over de roman Nero, de bloedige dichter van Dezsö Kosztolányi, uit 1921: "De toon is buitengewoon levendig en het huiveringwekkende verhaal ontvouwt zich in een bont, vermakelijk en erudiet weefsel van filosofische, artistieke, politieke en geneeskundige ideeën die belichaamd worden door personages van vlees en bloed". Kathy Mathys stelt vast dat Colm Toíbín in zijn nieuwe roman Brooklyn "kiest voor een sober palet", en dat dat resulteert in een roman die "je geleidelijk besluipt en ontroert". Ook aandacht voor De onvolmaakten, de debuutroman van de Brits/Canadese journalist Tom Rachman, die draait om een Engelstalige krant. Daarmee is het tegelijkertijd "een portret van een verdwijnende wereld en een aflopend tijdperk", aldus Lynn Berger. Verder besprekingen van Het rijk der lichten van Kim Young-Ha ("een fascinerend verhaal over het leven in een gespleten land") en van Brady Udalls De eenzame polygamist.

 

In Het Parool de eerste recensie van Dimitri Verhulsts nieuwste roman, De laatste liefde van mijn moeder. Maarten Moll is niet enthousiast: "Er zit te weinig spanning in de eerste tweehonderd bladzijden. [...] En Verhulst redt het ook niet met zijn schrijfstijl. [...] [E]r had meer in deze roman gezeten." Alle Lansu bespreekt vervolgens Christos Tsiolkas' De klap ("Eigenlijk schetst Tsiolkas het démasqué van een verwende consumptiemaatschappij in een roman die voor het merendeel wordt bevolkt door personages die op het eerste gezicht weinig sympathie weten te wekken. Het knappe van Tsiolkas is dat hij zijn personages in hun hemd zet zonder zijn mededogen met hen te verliezen." Toch slechts 3 sterren).

 

Deze week in De Groene Amsterdammer: Mirjam Noorduijn over Siobhan Dowd (foto), Het moerasmeisje, een "knap geconstrueerde en meeslepende ontwikkelingsroman" die zich afspeelt tegen de achtergrond van het Noord-Ierse conflict. Graa Boomsma is onder de indruk van Peter Carey's Parrot and Olivier in America, waarmee Carey volgens Boomsma "bewijst (...) dat het mogelijk is een beeldenrijke roman te schrijven die én een diepgravende historische en maatschappelijke analyse is én een dubbele persoonlijke ontwikkeling presenteert, zonder dat de vertelling in een simpele pamflettoon vervalt". Joost de Vries bespreekt twee Amerikaanse oorlogsboeken: Sebastian Jungers War en Karl Marlantes' Matterhorn. De twee boeken zeggen volgens hem "iets over hoe literatuur vandaag de dag met oorlog omgaat; beide schrijvers mijden de grote politieke statements. Het onderwerp is niet onrecht of noodzaak - moreel, juridisch, ideologisch - maar de menselijke maat." Erik Linder bespreekt onder meer de Verbeelde gedichten van Slauerhoff; diens teksten, "in compartimenten gehakt" en geïllustreerd door tien jonge striptekenaars.

Ook een groot stuk van Marja Pruis over de populariteit van de Italiaanse literatuur. Ze noemt grote namen als Veronesi, Ammaniti, Giordano en Mazzantini en schrijvers die eraan staan te komen: Avvalone, Baricco, Lagioia. Maar ze signaleert ook een paradox: "Nederlandse literaire romans die niet terugdeinzen voor grote kwesties en heftige gevoelens, zijn zeldzaam. Wat we in de Italianen toestaan, en zelfs bewonderen, vinden we bij schrijvers als Kluun, Arthur Japin en ook Jan Siebelink suspect, sentimenteel, ordinair of melodramatisch."

 

Uitgelezen, de boekenbijlage van De Morgen, opende met een stuk van Dirk Leyman over Refrein van de honger van J.M.G. Le Clézio. Leyman overschouwt en passant het oeuvre van de Frans-Mauritiaanse Nobelprijswinnaar. In Refrein van de honger houdt het opmerkzame meisje Elise, geïnspireerd op de moeder van de auteur, zich staande in een verkruimelend Parijs' bourgeoismilieu terwijl de Tweede Wereldoorlog zijn schaduw vooruitwerpt; een hommage gevat "in een onberispelijke, veellagige roman die drijft op atmosferen en geen enkele keer in de val van de bombast trapt", concludeert Leyman.

Onder de kop Poëzievertalers als herdichters focust Paul Demets op recente poëzievertalingen. Hij uit zijn tevredenheid over de hergelanceerde reeks De mooiste van, waarmee dichters en vertalers Koen Stassijns en Ivo van Strijtem beroemde dichters in ons taalgebied introduceren. De in een nieuw kleedje gestoken delen Hölderlin, Baudelaire, Brecht en Yeats zijn een must voor elke poëzieliefhebber. Lof ook voor Stefaan Van den Bremt die met bloemlezing Anders gezongen een indrukwekkende dwarsdoorsnede van de Mexicaanse poëzie tussen 1945 en 2003 brengt, deskundig ingeleid door Victor Manuel Mendiola. En met Heimwee naar vereeuwiging zijn door de inspanningen van Maarten Asscher en wijlen August Willemsen nu ook de Engelse gedichten van Fernando Pessoa vertaald. Verder bespreken Eric Rinckhout en Dirk Leyman op een spread een aantal recente kunstboeken met o.a. Een reisgids voor het land der blinden: het fotoboek van Filip Claus, het werkstuk Rose C'est Paris van fotografe Bettina Rheims & Serge Bramly én Moonfire. De heroïsche reis van de Apollo 11, een king size fotoboek vol ongeëvenaard materiaal, verweven rond de klassieke reportage die Norman Mailer over het Apolloproject schreef voor het weekblad Life.

 

De Knack-boekenpagina's openen met een recensie van Dimitri Verhulsts De laatste liefde van mijn moeder door Frank Hellemans. De prequel op De Helaasheid kan hem niet echt bekoren, de recensent mist beklijvende scènes, las een wat gezapige novelle én het in de verf zetten van de haast debiele normaliteit van de mama en haar nieuwe vriend levert niet veel meer dan wat "hoofdschuddend vermaak om zoveel hilarisch proletarische onbenulligheid". Met De dieren in mij won Delphine Lecompte de C. Buddingh' prijs maar de teneur van de bundel begon Philip Hoorne na een tijdje ietwat te vervelen: wie alles en iedereen en ook zichzelf potsierlijk en maar niks vindt, schrijft beter geen gedichten, vindt hij. Piet De Moor is onder de indruk van Een minuut stilte van Siegfried Lenz, een verhaal van verlies en verdriet, subtiel opgebouwd én een kroniek van een aangekondigde dood. Elders in Knack vinden we ook een interview van Frank Hellemans met Paul Koeck over zijn nieuwste roman De jaloersmaker en een terugblik op vijftig jaar schrijverschap.

 

Aanrader van de week in De Standaard der Letteren is Rolf Bauerdicks debuutroman Hoe de Madonna op de maan belandde. Met die tragikomische geschiedenis vol bizarre wendingen over de bewoners van een fictief Roemeens dorpje in de tweede helft van vorige eeuw, geprangd in een totalitaire samenleving, schreef de Duitse debutant het ideale vakantieboek, stelt Willem Van Zadelhoff. Ook De Standaard kan niet voorbij aan de nieuwe Dimitri Verhulst. Mark Cloostermans merkt elegante en trefzekere taal en stijl, een moeder als volwaardig personage in een verhaal vol heftige emoties die in humor worden gesmoord: " Zo vindt Verhulst een evenwicht; de humor houdt de mogelijke pathetiek in toom, maar wordt nooit zo dominant dat hij geen ruimte laat voor nuance en gevoel". En Jelle Van Riet interviewt de auteur: "Dit boek lag van in den beginne voor mij (...). Nu was het moment daar: ik voelde me mentaal en stilistisch matuur om het te schrijven. Het mocht niet larmoyant zijn, niet wrokkig, het moest worden geschreven zoals het mij was overkomen: in alle eenvoud, zonder onweerswolk. Plots had ik geen moeder meer, voilà."

De zomerhit dateert uit 1958, toen verscheen De tijgerkat van Giuseppe Tomasi Di Lampedusa. De Standaard herneemt ook het interview uit NRC Handelsblad en De Gids van Toef Jaeger met de intussen overleden Nederlandse schrijver Herman Franke, over de impact van zijn naderende dood op de afwerking van zijn romancyclus.

Tags: Franse literatuur, Amerikaanse literatuur, Nederlandse literatuur, Literair supplement
Geplaatst door Johan Eeckhout/Daan Stoffelsen op 22-08-2010
Verwante berichten
Reacties

We gaan er (misschien ten onrechte) van uit dat dat algemeen bekend is.

geplaatst door De papieren man op maandag 23 augustus 2010 om 23u38

Het zou mooi zijn als jullie erbij zetten op welke dag de bijlage in de diverse kranten verschijnt. Bij de ene krant is het wellicht woensdag, bij de ander vrijdag etc.

geplaatst door Harry op maandag 23 augustus 2010 om 11u55
Geef uw mening