Literair supplement - aflevering 36

Het weekoverzicht van de belangrijkste literatuurrecensies- en interviews uit kranten- en weekbladen in Nederland en Vlaanderen. In samenwerking met Athenaeum Boekhandel in Amsterdam. Met onder meer Piet De Moor, Remco Campert, Umberto Eco, Georg Büchner, Silvia Avallone, de VSB-pöezieprijsgenomineerden en vele anderen.

 

Knack blikt vooruit op de VSB Poëzieprijs en de Herman de Coninckprijs die beiden rond Gedichtendag worden uitgereikt. Bart Van Der Straeten roept De val van vrije dagen van Stefan Hertmans uit tot grootste kanshebber voor de Herman de Coninckprijs en ziet de VSB poëzieprijs uitdraaien op een duel tussen Zelf worden van Henk van der Waal en De achterkant van Kreek Daey Ouwens. Jan Stevens las Staal van Silvia Avallone; "een ongecensureerde, eerlijke inkijk in het dagelijkse leven van de Italiaanse arbeidersklasse ... rauw, hard én teder". Frank Hellemans recenseert de roman De adamiet van zijn collega-recensent Piet de Moor "een literaire spielerei waar in kort bestek variaties worden gemaakt op de oedipale vader-zoonthematiek" gevat in "een uitgekiende, sententieuze schrijfstijl die van haast elke derde zin een aforisme maakt". Met De dode republiek is Roddy Doyle toe aan het sluitstuk van zijn trilogie over Henry Smart, voor Jan Stevens wordt de boodschap hiermee glashelder; "de Ierse vrijheidsstrijd was gebouwd op politieke fabels, foute heldenepossen en valse mythes". En Lukas De Vos laat weinig heel van De facebookmoorden van Bart Debbaut, of een verhaal dat tot zijn titel kan worden gereduceerd; "smalltalk van het facebookgenre".


Uitgelezen, de boekenbijlage van De Morgen, opent met een interview van  Dirk Leyman met Gouden Ganzenveerwinnaar en auteur van de Gedichtendagbundel Remco Campert. Die erkent met het ouder worden zijn eigen productie steeds nauwlettender af te wegen. De intentie blijft "zo goed mogelijk opschrijven wat ik wil vertellen, met mezelf op dat moment als enige lezer". Maar: "O nee, vroeger ging het stukken makkelijker. Omdat ik minder kritisch was. Ik schreef iets en hup, het was klaar", zo bekent de schrijver. Hij kan best leven met een slechte kritiek, die hij evenwel amper krijgt. "Als ik mijn eigen werk beoordeel, heb ik heel wat aanmerkingen, ik zou daar vernietigende kritieken over kunnen schrijven. Ach, ja, ik kreeg weleens te horen dat men een boekje niks vond. Ik ben dan altijd de eerste om dat toe te geven."

Fleur Speet over Hoe laat eigenlijk van Jannah Loontjens: "De roman is geen compact en coherent geheel, het is een Woolfiaanse stroom van divergerende bewegingen en gedachten." En ook Paul Demets kijkt vooruit naar de VSB Poëzieprijs, hij licht de vijf genomineerden kort toe en duidt Zelf worden van Henk van der Waal als persoonlijke favoriet. Ook aandacht voor de Herman de Coninckprijs, hier spreekt Demets zich uit voor De val van vrije dagen van Stefan Hertmans. Marnix Verplancke las De begraafplaats van Praag, een "klassieke" Umberto Eco. De roman waarin Eco graaft naar de wortels van het antisemitische Protocollen van de wijzen van Zion is "één lange, succesvol afgesloten zelfanalyse die ons ook heel wat bijleert over onze eigen complotgeile psyche die ons aanzet tot fabuleren over de moord op JFK en leidt tot het succes van allerlei pulpblaadjes". In Eekhrn zoekt eekhrn koos David Sedaris, door Joost Houtman geduid als een mix van Gerrit Komrij en Tom Lannoye, dieren als personages maar ook zo "wordt het menselijk falen genadeloos blootgelegd". Verder nog aandacht voor De kamers van de melancholie van de Zweedse hoogleraar Karin Johannisson en recent werk van Massimo Ciancimino, Francesco Forgione en Roberto Saviano waarin de Italiaanse maffia verbaal onderuit gehaald wordt. En Sofia, verhaal van een verboden liefde van de Nederlandse journaliste Margalith Kleijwegt wordt door een panellid van het boekenprogramma Uitgelezen naar voor geschoven als leestip.

Voor De Standaard der Lettteren boog gastrecensent Geert Lernout zich over De begraafplaats van Praag van Umberto Eco. "Wie romans schrijft over een vervalser, verplicht zijn lezer om detective te worden en dat is in dit geval een onthutsende ervaring" vindt Lernout die ook opmerkt dat Eco aantoont "dat de waanzinnigste samenzweringstheorieën een groot deel van hun aantrekkingskracht te danken hebben aan het feit dat ze vaak al als fictie bestonden voor ze door kwaadwillige recycleerders als waarheid werden verkocht". In De schade-expert schrijft Aifric Campbell over droevige zielen en toont ze zich " geïnteresseerd in ideeën en vragen die ze in verschillende verhaallijnen onderzoekt" aldus Kathy Mathys over "een verraderlijke roman die zijn greep langzaam lost". In Gitte werpt Kristien Hemmerechts filosofische vragen op en mixt ze slim diverse genres, " tot een vlotte, maar wat wisselvallige roman die veel stof tot nadenken biedt" oordeelt Eva Berghmans. Als lezer krijg je het sterk het gevoel dat Esther Jansma (foto)  dicht over iets wat haar ontnomen is, merkt Luuk Gruwez op in zijn recensie over de bundel Eerst en ook; "Poëzie ontstaan uit gemis, uit het gevoel verworpen te zijn: een oeroud cliché, maar heel erg van toepassing".  Met The hand that first held mine is Maggie O'Farrell nog in de running voor de Costa Book Award, Kathy Mathys vindt de roman toegankelijk en meeslepend, een geknipte winnaar ook, wel jammer dat het werk in het Nederlands met de lamlendige titel En we vergeten omdat het moet werd bedacht. Ook in De Standaard aandacht voor David Sedaris, geïnterviewd door Rutger Lemm. "'Ik moet de dingen opschrijven om ze te kunnen verwerken" stelt Sedaris die ons ook toevertrouwt blij te zijn stem te hebben gevonden. Tot slot "Ik zal altijd blijven schrijven, maar ik weet niet of ik zal blijven publiceren. Ik wil op tijd stoppen, voordat de interesse verdwijnt, want dat gaat zeker gebeuren. Als je eenmaal voor drieduizend man hebt voorgelezen, kun je het niet meer voor zeventien mensen doen. Ik denk heel vaak: wat als dit de laatste keer is? Ik zal echt huilen, maar het accepteren".

De meerwaarde van Laurent Binets Himmlers hersens heten Heydrich (HhhH) zit hem in de manier waarop Heydrichs levensverhaal verteld wordt, vindt Marijke Arijs, onder de indruk van de manier waarop Binet dit aanpakt. Immers: "de auteur somt de moeilijkheden op waarmee hij te kampen heeft, twijfelt hardop aan zijn mission impossible en biedt tussen de bedrijven door een royale kijk in zijn literaire keuken", een debuutorman die staat als een huis. En De Standaard drukt ook de rede af die Tim Parks hield op het Winternachten festival te Den Haag over de kwalijke gevolgen van de internationalisering van de literatuur.

Twee recensies ook in HUMO, deze week. Jeroen Maris ziet zowel "in de ziel kervende passages" als "obligate meligheid" in IJsland van Ronald Giphart en Frederic Vandromme pleit voor het nagelaten Campo Santo van W.G. Sebald, diens verzameling essays en het proza blijven pertinent.

 

Ook Trouw opent met Umberto Eco. Ronald de Rooy noemt het boek "een verrassende visie op de negentiende eeuw, en merkt op dat het "voortdurend knipoogt naar concepten als waarheid en historische werkelijkheid én het verontrustende schaduwen vooruitwerpt, naar onze tijd". Leonie Breebaart pakt op pagina 2 en 3 groot uit met Donald Sturrocks Roald Dahl-biografie: "Sturrocks biografie is met veel vaart geschreven en heel informatief, maar niet feilloos. Sommige gedeelten overlappen een beetje, en al dat geruzie over contracten had wel wat korter gekund. Maar de biograaf slaagt er wel in van de opgehemelde én verguisde Roald Dahl een echt, complex mens te maken."

Rob Schouten dan, over de nieuwe Hemmerechts, Gitte, "De roman is simpel opgezet, eerst een hoop verwikkelingen, die allemaal aan het eind tot een ontknoping komen. [...] Kristien Hemmerechts is nu eenmaal geen subtiel fijnschilder. Ze werkt met grote, stevige streken waarbij je een enkele uitglijder op de koop toe moet nemen. Daar krijg je dan wel een robuust verhaal voor terug." En Hanna de Heus leest Kevin Canty's Alles: "Vreemd genoeg lijkt er in Canty's romans een andere auteur aan het woord. In Alles kabbelt het leven van de personages voort zonder dat er veel schokkends gebeurt. Het boek springt spaarzaam met woorden om, roept eenvoudige, doeltreffende beelden op, en werkt de twee thema's - ouder worden en relaties - gedegen uit."


Arjan Peters opent de boekenbijlage van de Volkskrant met een positief stuk over de nieuwe roman van Kluun, Haantjes. 'Elschottiaans' noemt hij hem, en "snel, grappig, pretentieloos, met sterke dialogen en veel zelfspot", en "vermaak op niveau". Eco komt dus pas op pagina drie. Willem Otterspeer: "Het lijkt een chaotisch geheel, maar het is wederom een strak geregisseerde roman, van het historische vooronderzoek af tot en met de tewaterlating toe."
Hans Bouman vervolgens over E.L. Doctorows Homer & Langley ("de perfecte antithese van de ontwikkeling die de Verenigde Staten in de twintigste eeuw doormaken' en 'een onnadrukkelijk maar schurend commentaar erop") en Jan Luijten over Edgar Hilsenraths Het sprookje van de laatste gedachte ("Zeker is dat dit verhaal de lezer beetpakt en niet snel meer loslaat.").
En in het Volkskrant Magazine: Herman Koch. Zoals het hoort in dat medium, vraagt Antoinette Scheulderman Koch vooral naar zijn leven, maar ze ontlokt hem toch nog een uitspraak over de hoge oplage van Zomerhuis met zwembad: "Nerveus?" "Nee. Het is op reële verwachtingen gebaseerd. Het zou gek zijn als het geen succes werd. Ik denk dat het een beter boek is dan Het diner."


Ook in NRC Boeken is Umberto Eco's nieuwste het boek van de week. Pieter Steinz betitelt De begraafplaats van Praag als "negentiende-eeuwse feuilletonroman", en oordeelt: "... geestig, slim en goed geschreven, maar niet spannend."

Amin Maalouf wordt geïnterviewd door Margot Dijkgraaf. Ook zijn dubbele nationaliteit komt ter sprake: "Het feit dat ik beide nationaliteiten heb, geeft me sereniteit. [...] Als je mensen dwingt te kiezen, schaf je de integratie in feite af, dan breng je de maatschappij in een situatie van eeuwige confrontatie." De vijf bundels die zijn genomineerd voor de VSB-poëzieprijs passeren de revue. Ron Rijghard signaleert "vier conceptwerken en een allegaartje". De prijs gaat wat hem betreft dan maar naar dat allegaartje, een twee drie ten dans van Eva Cox, "voor haar dartelheid en de handvol goede gedichten die ik graag teruglees".
De brieven van Saul Bellow lezen volgens Bas Heijne "als een van zijn beste romans'; 'meteen al in de eerste brieven vind je de bekende, totaal eigen toon, die van een jongeman die zich gretig in het dagelijks gewoel stort en dat tegelijk beschrijft in een ironisch-intellectuele stijl." Donald Sturrock portretteert Roald Dahl in zijn biografie niet mooier dan hij is, "maar doet een eerlijke poging hem met al zijn gebreken en onhebbelijkheden te tonen", aldus Mirjam Noordduijn.
Arnold Heumakers is minder te spreken over het romandebuut van Arjen Mulder, De derde jongen: "Wat deze roman ontbeert is stijl, kleur, een eigen toon die de woorden onder stroom zet." Marco Kamphuis bespreekt de novelle Lenz van Georg Büchner die gebaseerd is op het leven van toneelschrijver - en jeugdvriend van Goethe - Jacob Lenz, "een klassieke beschrijving van een schizofrene psychose". Rob van Essen las The Misogynist van Piers Paul Reed, dat vooral intrigeert dankzij de vileine hoofdpersoon; "Het is bijna jammer dat zich toch iets van een plot ontwikkelt." Kester Freriks laat aan de hand van enkele Scandinavische romans zien hoe een besef van schuld en boete daarin een grote rol speelt.

 

De begraafplaats van Praag van Eco "laat zich lezen als een lekker ouderwets jongensboek" en gaat, volgens Arie Storm in Het Parool, "eigenlijk over het creërende vermogen van taal - het grote thema van Eco. Als je zaken opschrijft, worden ze als vanzelf waar, ook als nooit sprake is geweest van de beschreven gebeurtenissen'. Dirk-Jan Arensman leest vervolgens Kevin Canty's Alles ("een inventief geheel dat tot het eind boeit. Zijn beschrijvingen en karakterschetsen zijn subtiel, ritmisch en raak [...] en elk woord telt"), Guus Luijters Jan Brokkens Baltische zielen ("een kloek boek"), Hans Knegtmans Jean-Christope Grangé's thriller Godenstemmen, dat "de lezer door de steeds verder opgevoerde spanning in een solide wurggreep" houdt, en Alle Lansu Gil Courtemanches De wereld, de hagedis en ik ("een interessante roman over de dilemma's van recht en rechtvaardigheid, en uiteindelijk het relaas van de ontgoocheling van een man die met zijn hele ziel en zaligheid iets hoopte bij te dragen aan een rechtvaardiger wereld").


Ook Dichters & Denkers van De Groene Amsterdammer opent met Eco: "In De begraafplaats van Praag zet Umberto Eco alle negentiende-eeuwse pionnen op hun plaats die in de twintigste eeuw genadeloos van tafel werden geveegd," schrijft Joost de Vries. De uiteindelijke waarde van het boek is volgens hem dat het geen verklaring van geweld is, maar een voorstudie. Marja Pruis vertelt over haar ervaring met Niets heb ik van mijzelf, een coproductie van de auteurs Willem Jan Otten, Kees Verheul en Clay Hunt: "Een boek dat tot tegenstrijdige emoties leidt [...] alles gebeurt op het snijvlak van weerzin en bewondering."
Nog meer uitgebreide artikelen: Piet Gerbrandy schrijft over de VSB Poëzieprijs en alle genomineerde bundels. Volgens hem zou het onbegrijpelijk zijn als de prijs niet naar Henk van der Waal of Eva Cox (foto) zou gaan: "Hun bundels vertellen verhalen die bij het lezen een leven gaan leiden. Goede poëzie." Kees 't Hart bezocht onlangs in New York een literaire avond rond Nobelprijswinnaar V.S. Naipaul en bespreekt naar aanleiding daarvan diens boek The Masque of Africa. "In dit boek is Naipaul over Afrika een stuk milder dan vroeger [...] gelukkig klaagt en zeurt hij, soms erg geestig, nog steeds volop over de stank, de prijzen, de hitte en de dierenmishandelingen."


Waar rook is, is Eco, lezen we in de Republiek der letteren van Vrij Nederland deze week. Met De begraafplaats van Praag heeft Umberto Eco volgens Lisa Kuitert een bij vlagen geniale roman afgeleverd, beter dan zijn boeken Baudolino en De slinger van Foucault. "De roman is geestig en vernuftig, prachtig van stijl, erudiet zoals we van hem gewend zijn, maar dit keer zit er ook iets verontrustends in, iets wat raakt aan actuele maatschappelijke kwesties." Ook een bijzonder boek is De Vloek. Mijn zoektocht naar vrouwen, de autobiografie van de bestsellende zonderling James Ellroy. Jeroen Vullings: "De Vloek is een akelig apodictische, irritante en daarmee indrukwekkende autobiografie."


In HP|De Tijd naast de gebruikelijke twee recensies (Frank van Dijl over Detlev van Heests Pleun ("juist door de hypnotiserende woordstapeling wordt de lezer met huid en haar in dit waargebeurde drama gesleurd"), en Matt Dings over Jaap van Heerdens Fascinaties) een "Zelfportret" van Naima El Bezaz. Ze was het gelukkigst "bij alle eerste keren". Én Ingrid Hoogervorst, met een vierpaginastuk over Colm Tóibíns migrantenroman Brooklyn. De auteur "gaat te werk als een fijnschilder, hij stapelt zin op zin tot een hecht bouwwerk ontstaat. [...] De diepte en literaire schoonheid zit bij hem niet in wat hij vertelt, maar in wat hij weglaat."

Verwante berichten
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening