PERIODIEK # 26 - Tzum

Het recentste nummer van Tzum, het Groningse literaire tijdschrift, heeft een lelijke, onscherpe foto van dichteres Delphine Lecompte op het omslag. Lecompte, die zichzelf het imago van een sprookjesheks heeft aangemeten, won het afgelopen jaar de C. Buddingh'-prijs voor het beste Nederlandstalige poëziedebuut. Haar gedichten lijken onheilspellend, maar op de manier zoals een sprookje dat is: ongevaarlijk.
Tzum zelf lijkt lay-outmatig het niet onsympathieke imago van een schoolkrant te koesteren. Aan de inhoud schort het niet: er zijn betere en mindere stukken.


Opvallend is bijvoorbeeld de voorpublicatie uit Stijn Aerdens derde roman Niemand zwaait. Alleen kun je je nauwelijks voorstellen dat dit een roman gaat worden. Deze toon is goed voor een kort verhaal, maar het lijkt me onmogelijk om dit een hele roman boeiend te houden. Een meneer krijgt ‘Jan-met-de-grote-oren' op theevisite. Deze Jan, lang en slungelig, maar charmant ondanks, of misschien wel dankzij zijn grote oren, is de nieuwe vriend van wat tot nu toe die meneers eigen vriendin was, Cornelia. Er ontstaat een comedy-achtige situatie waarin de heren de zaak bespreken, op de bank, met een kopje thee, Bastognekoeken en met Cornelia tussen hen in. "'Kijk, laten we er niet omheen draaien, je hebt de boel een beetje laten versloffen. Dat gaat lang goed, dat gaat zelfs verdómd lang goed. Zo zijn de vrouwen. Maar op een dag krijg je de rekening gepresenteerd.' ‘Want dan komt Jan', zegt u met een glimlach".
Ook bevat dit nummer meer over de winnaar van de Tzum-prijs voor mooiste zin van 2009 (of 2010? het tijdschrift hanteert zelf beide jaartallen). Deze ging naar de Vlaming Tom Lanoye voor een zin uit zijn roman Sprakeloos (verschenen in 2009), over het leven en de aftakeling van zijn moeder. De prijs van 49 euro (een euro voor elk woord dat de zin telt) is een schrale troost voor Lanoye die met zijn boek voor alle grote literaire prijzen (AKO, Libris, Gouden Uil) was genomineerd, maar er geen enkele kreeg toegekend.


Er is een wat gedateerd interview met Arnon Grunberg, per e-mail door redacteur Nick ter Wal afgenomen. Omdat "schrijvers meest recente roman Huid en haar nog niet was verschenen, gaat het over allerlei zaken en met name over het boek Tirza, nu al weer vier jaar oud. Op zich maakt dat niet uit, het is een genot om Grunberg te lezen. Ter Wal wil zijn interpretatie van hoofdpersoon Hofmeester (is dat niet gewoon een pedofiel, vraagt hij zich af, "omdat de roman dan zoveel malen huiveringwekkender wordt") toetsen aan Grunbergs oorspronkelijke bedoeling. Dit levert niet oninteressante overpeinzingen op, zij het een beetje gratuit omdat Grunberg al direct, op de doortimmerde en bijna kantiaans aandoende manier die we van hem kennen, antwoordt dat dit volgens hem niet zo is. Maar zo, wil hij wel toegeven: "de schrijver is niet altijd de beste lezer van zijn eigen werk".


Vaste rubrieken zijn "carte blanche" waar Arthur Japin keurig geformuleerde alledaagse en soms minder alledaagse observaties neerpent zoals het portret van de wacht in de klokkentoren van Lausanne, en de Zeer Korte Verhalen van A.L. Snijders, die daarmee, terecht, van een outsider is veranderd in een vast ankerpunt in de Nederlandse literatuur. En natuurlijk het prijzenswaardige Artistiek Bureau van Nick ter Wal, de papieren versie van zijn blog met stukjes over allerhande "incourante" boeken en "niet in zwang zijnde schrijvers". Ter Wal werkt ook in een antiquarische boekhandel waardoor zijn onderwerpen zich als vanzelf bij hem aandienen. Dit keer schrijft hij onder meer over de herinneringen van kunstschilder Willy Rieser aan dichter A. Marja, en de geschiedenis van een drukfout in Nooit meer slapen van Hermans uit 1966.

Tags: Nederlandse literatuur, Literaire tijdschriften
Geplaatst door Wineke de Boer op 08-01-2011
Verwante berichten
Periodiek
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening