FEUILLES VOLANTES - Het Ministerie van Leesplezier

Lezen is belangrijk. Dat mag alleen al blijken uit de inspanningen die een samenleving er zich voor getroost. We sturen kinderen op piepjonge leeftijd naar school. En een van de eerste dingen die ze er leren is niet hoe ze eetbare bessen moeten verzamelen, een koe kunnen melken of de sextant bedienen, maar wel hoe ze het lezen en schrijven onder de knie moeten krijgen.

Naast het evidente praktische en bewezen nut van geletterdheid, heerst de overtuiging dat lezen en schrijven de basis vormen van universele kennis en van levenslang leren. In de artes liberales bestond de onderbouw, het trivium, uit grammatica, dialectica en retorica. Pas als je je deze vrije kunsten goed eigen had gemaakt, mocht je een vak leren, zo was het idee.
Dat de moderne samenleving aanvaardt dat schrijven en lezen gesubsidieerd moeten én kunnen worden, heeft met dat oude verlichtingsideaal te maken. Lezen en schrijven verdienen algemene beoefening, omdat die twee vaardigheden de hoeksteen van onze cultuur uitmaken, digitaal of op papier, dat maakt op zich niet meer uit. En daarbij worden de producten van schrijvers ook publiek gemaakt, door middel van laagdrempelige bibliotheken, tweedekansonderwijs en krantjes voor laaggeletterden. Voor mensen die nog niet of niet goed kunnen lezen, organiseert de overheid tal van initiatieven. Soms zijn er grootscheepse campagnes, zoals in het buitenland One City, One Book en Nederland Leest, waarbij de bevolking wordt aangezet om één welbepaald boek van voren tot achteren te analyseren. En er massaal over te praten. Onrechtstreeks zijn zelfs ook de verschillende subsidieregelingen voor schrijvers, uitgevers en boekhandels een vorm van leesbevordering. Kortom, iemand aanzetten om te lezen zit diep verankerd in de hearts and minds van de beleidsmakers en boekpropagandisten. Maar zijn de resultaten er ook naar?

 

‘We hebben geen leescultuur'
Enkele leesbevorderaars roerden eind 2010 de trom nadat het laatste PISA-onderzoek nog maar eens concludeerde dat Vlaamse jongeren misschien wel goed lezen, maar alleszins niet zo goed zijn in creatief lezen en, vooral, er hun neus voor ophalen. De PISA-onderzoeken worden op initiatief van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) om de drie jaar gevoerd, in tientallen landen over de hele wereld en bij minstens 5.000 vijftienjarige leerlingen per jaar. Dezelfde conclusies (‘jongeren lezen goed maar niet graag') werden al in 2001 getrokken. Én in 2004, én in 2007. Vlaamse jongeren komen uit die studies als redelijke studaxen naar voren. Alleen noemt slechts 18 procent van de vijftienjarigen lezen een ‘hobby'. Daarmee staat België op de allerlaatste plaats. In 2004 konden we op dat vlak Japan nog de rode lantaarn geven. Enkele jaren later is het resultaat nog alarmerender. Belgische jongeren beleven het minst van allemaal plezier aan lezen.
Sinds jaar en dag wordt in de ‘jeugdboekensector' inderdaad node vastgesteld dat kinderen stoppen met lezen als ze twaalf, dertien worden, en hun blik richten op andere geneugten des levens. Toevallig of niet is dat in het Vlaamse systeem het moment dat kinderen de overgang maken naar het secundair onderwijs. Het is al te gemakkelijk om de schuld dan maar even snel bij het onderwijs en de leraren te leggen. Veeleer heeft het fenomeen te maken met het feit dat jongeren vanaf die leeftijd een veel wijdere blik op de wereld krijgen, en dat ze dus sneller afgeleid zijn - al was het maar door het andere geslacht. Het vraagt vanaf dan gewoon meer moeite om de puberhoofden bij de boeken te houden. Maar ook in veel andere landen worden kinderen van die leeftijd naar een middelbare school gestuurd. Waar kan de verklaring dan wél liggen?
In ieder geval zijn de PISA-resultaten onthutsend, maar de interpretatie ligt niet meteen voor de hand, zo besefte ook professor Martin Valcke van de vakgroep Onderwijskunde aan de UGent in een reactie in De Morgen. Hij poogde een verklaring te geven door het probleem te herbenoemen: ‘We hebben geen leescultuur.' Maar ook: ‘De schoolbibliotheken zijn afgebouwd. Er is bij ons te veel nadruk op geprefabriceerde handboeken. De Chinezen lezen boeken en gaan ermee aan de slag, ze maken er een toneelstukje van.'
Doen de Vlaamse leesbevorderaars hun werk niet goed? Op zijn minst zou je je moeten afvragen waar al de leesbevorderingscenten zijn gebleven als vier op de vijf jongeren hun neus ophalen voor boeken. Als leesbevorderaars afgerekend mogen worden op het bewezen leesplezier van de jonge generatie, dan ziet het er voor hen niet zo goed uit. Waarom zou dat overigens niet voor een keer mogen? Ook bibliotheken worden tegenwoordig afgerekend op het aantal uitleningen. De responsabilisering, weet je wel. [foto: Lambert/Getty Images, 1945]

 

====> Lees het integrale stuk op de DW B-site of in het pas verschenen DW B nummer.

Tags: Letterenbeleid, Polemiek
Geplaatst door Hans Cottyn/Dirk Leyman op 11-03-2011
Verwante berichten
Feuilles volantes
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening