PERIODIEK # 29 - Het Liegend Konijn - april 2011

Bijna tweehonderd nieuwe gedichten zijn er "uit het nest geroofd" bij dertig dichters. Jozef Deleu bracht zijn buit onder in het meest recente nummer van het "tijdschrift voor hedendaagse Nederlandstalige poëzie" Het liegend konijn.
Jozef Deleu, zelf dichter, startte het tijdschrift in 2003 op. Zonder programma, zonder motto, alleen vanuit de wens een poëzietijdschrift te maken. En om daarmee lezers in verwondering te brengen en hun nieuwsgierigheid op te wekken, precies zoals het konijn overkomt in het gelijknamige verhaaltje van Paul van Ostaijen waar het tijdschrift naar is vernoemd.
Bij het eerste nummer van alweer de negende jaargang blijkt dat nog altijd een goed uitgangspunt. Het liegend konijn ziet er niet alleen prachtig uit, gedrukt op een zware kwaliteit papier en met een mooie opmaak, maar brengt, anders dan de meeste literaire tijdschriften, poëzie in pure, onverdunde vorm.
In Het liegend konijn zien we zowel debuterende dichters, als oude nog altijd schitterende sterren aan het poëziefirmament. En alles wat daartussen zit. Voor iedereen is plaats genoeg: dit nummer telt ruim 260 pagina's en is daarmee een afspiegeling van de actuele stand van zaken in de Nederlandstalige poëzie.
De gevestigde namen die dit keer meewerkten zijn bijvoorbeeld Pieter Boskma, Luuk Gruwez, Gerrit Komrij en Charlotte Mutsaers. Dichters die nog geen bundel publiceerden maar nu wel bijgeschreven zijn in de annalen van Het liegend konijn zijn onder meer Wesley Albstmeyer (geboren in Kaapstad), Ivo Allewaert en Bo Vanluchene.
Deleu schrijft in zijn voorwoord: "De grenzeloosheid van poëzie vormt haar kracht en haar mysterie, ook al denken we soms daaraan te kunnen ontsnappen."
Die grenzeloosheid is inderdaad wat je ervaart bij het lezen van deze verzameling gedichten. Bijvoorbeeld in de prachtige cyclus van Willem van Zadelhoff (1958, foto) die de bundel afsluit. Heden en verleden, leven en dood, woorden op papier en het lichaam dat ze beschrijven: dat alles loopt door elkaar, wanneer de dichter zich een gestorven dierbare herinnert:

 

en van geen vergeten willen weten desondanks
blind en doof voor alle tekens geen vogels aan de hemel
alleen haar verhaal in laat avondlicht fluisterend
en wetend dat onze jaren nooit de hare waren

 

De volgorde van de gedichten wordt trouwens bepaald door het alfabet, zijn geordend op achternaam van de dichters, een keuze die wonderbaarlijk goed uitpakt.
Wesley Albstmeyer (1979), die de bundel opent, schrijft een gedicht dat letterlijk over "grenzen" gaat, en zo ook heet. De dichter stelt zich voor een landschap te zijn met zachte grenzen die ongenaakbaar lijken/maar vloeibaar en zijdeachtig blijken / als je ze overschrijdt / die je vrees met terugwerkende kracht/belachelijk maken.

Delphine Lecompte (1978) is ook present met maar liefst tien verhalende gedichten, die grenzen aan een sprookjesachtige werkelijkheid vol beeldrijke taal. En in zijn hermetische poëzie zoekt Gwy Mandelinck (1937) de grenzen van een zo klein mogelijk aantal woorden, die een maximaal aan betekenis uitdrukken. Gerrit Komrij beschrijft in "vier gedichten uit een cyclus in wording" een verblijf in het ziekenhuis. Tussen slapen en waken zweeft hij, en ziet de verpleging voor engelen aan:

 

Een pijl getuigt: mijn bed staat richting Mekka.
Ik ben op weg. In welke karavaan?
Een verse engel komt mijn hartslag checken.
Mijn bed stijgt op, nog dichter bij de maan.

 

Deze meerstemmigheid is het handelsmerk van het Konijn. Deleu laat zich bij zijn keuze leiden door zijn eigen gevoel, en dat werkt. Hoewel onmogelijk alles van je gading kan zijn, valt op dat er niks bij zit dat stijlloos is of zonder originaliteit. Het liegend konijn is een tijdschrift om te koesteren.

 

Periodiek is de (literaire) tijdschriftenrubriek van De papieren man. (foto Van Zadelhoff: Koen Broos)

Tags: Periodiek, Nederlandse literatuur, Poëzie
Geplaatst door Wineke de Boer op 15-04-2011
Verwante berichten
Periodiek
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening