PERIODIEK # 30 - Deus Ex Machina - 'Nautische literatuur'

Het nieuwe wisselvallige nummer van het "tijdschrift voor actuele literatuur" Deus ex Machina is gewijd aan de zeevaart, onder het motto 'nautische literatuur'. Het thema heeft veel gedichten opgeleverd (onder meer van Stijn Vranken, Christophe Vekeman, Emma Crebolder en Sylvie Marie), maar ook een mooi kortverhaal van Bart Plouvier, "misschien nog een van de laatste ‘echte' nautische schrijvers die wij hebben", zo vermeldt de redactie in het woord vooraf.

"Matroos" is inderdaad de bijdrage die de kwalificatie ‘nautisch' het meest verdient. Hoewel het thema schematisch is - de rusteloze matroos is niet in staat om tederheid te tonen, om zich door de liefde te laten leiden, ook niet wanneer hij de vrouw van zijn leven vindt - werkt Plouvier het op een overtuigende en tegelijkertijd duister-poëtische manier uit.
Patrick Lateur schrijft een kunsthistorische beschouwing over Charon, de antieke veerman die de overledenen de rivier de Hades overzet naar het dodenrijk. Minder geslaagd is de bijdrage van misdaadschrijver Piet Baete, die de zee als moeder en moordenares ziet en zo een link probeert te leggen naar de betekenis van de zee in zijn eigen werk. Hij komt er niet helemaal uit.
Omdat Deus ex Machina "ook gespitst is op evoluties in andere kunsttakken", krijgen een beeldverhaal en wat schilderingen-met-tekst ook aantal pagina's toebedeeld. In dit geval konden we makkelijk zonder. "In der minne, een eroromantisch stripsprookje" van Rafaela blijft zowel wat beeld als wat tekst betreft op het niveau van een veertienjarige steken. Wellicht lenen haar aquarellen over een wellustige meermin en een reddende meerman zich beter voor een groter formaat. Ook de samenwerking tussen Peter Theunynck en Lies van Gasse heeft tot weinig verrassends geleid: veel blauw, met een zwart en wit lijnenspel en daarin verwerkt nauwelijks leesbare teksten.
Ook de fotografische bijdragen zijn niet bijzonder, bovendien slecht afgedrukt en ze lijken willekeurig gekozen. Een gemiste kans is dat er geen beeld is bij de bijdrage van Hans Plomp over het project ‘Blijven drijven' van Robert Jasper Grootveld, die na zijn carrière als anti-rookmagiër bij de Provo's als een van de eersten begon met het uitwerken van het idee van ‘recyclering'. Hij hergebruikte afval uit de grachten door er vlotten van te bouwen. Die zouden we wel willen zien. Was daar niet op een goedkope manier aan te komen?


De gedichten van de dichter Ilya Kaminsky (foto) zijn zonder meer het beste wat deze aflevering van het tijdschrift te bieden heeft. Opmerkelijk genoeg hebben ze niets met de zee of scheepvaart van doen. Kaminsky werd geboren in 1977 in Odessa (nu Oekraïne, destijds Sovjet-Unie), verhuisde in 1993 met zijn ouders naar de Verenigde Staten en kan inmiddels bogen op een indrukwekkend curriculum. Zo doceert hij ‘comparative literature' aan de universiteit en werd zijn bundel Dancing in Odessa (2004) meermalen onderscheiden.
De hier in het Nederlands en het Engels afgedrukte poëzie is een deel van een lange reeks, getiteld "Sonya's Fairytale". Grofweg gaat het over een epidemie die doofheid veroorzaakt. Het is een grotesk onderwerp maar Kaminsky werkt het grappig en gedetailleerd uit. Ook vermoed je een politieke lading in de gedichten. Een volk dat collectief doof wordt, wellicht uit protest tegen wat het dagelijks aan onwaarheden te verstouwen krijgt.

Tags: Periodiek, Nederlandse literatuur, Poëzie, Wereldliteratuur
Geplaatst door WIneke de Boer op 20-05-2011
Verwante berichten
Periodiek
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening