PERIODIEK # 36 - De Gids, 'The Matter with Words'

Wat moet een schrijver nog als hij eenmaal de stilte heeft ontdekt? Inderdaad ja, er een boek over schrijven. Dát deed Tim Parks (1954). Teach us to sit still (in het Nederlands bij de Arbeiderspers verschenen als Leer ons stil te zitten) gaat over de zoektocht van de aanvankelijk zeer sceptische schrijver en criticus naar alternatieve manieren om van de voortdurende en ondraaglijke pijnen in zijn onderbuik af te komen. Westerse medische specialisten wisten geen raad. Zo kwam hij bij ademoefeningen, meditatie en een stilte-retraite. Dat hielp.
Het boek was voor de redactie van De Gids aanleiding Parks uit te nodigen voor het houden van de derde Gids Lezing. Deze staat integraal en onvertaald in het meest recente nummer van het tijdschrift dat ook de titel van de lezing meekreeg: "The matter with words".
Parks vertelt hierin over hoe woorden ons in hun greep houden en hoe je als schrijver in een soort spagaat terecht komt als je vrij wilt worden van iets alledaags als taal, maar tegelijkertijd geen ander middel hebt dan diezelfde taal om daarover te schrijven. "We cannot get to the bottom of words and mind, the thought and the matter of thought. We cannot. And we cannot stop trying."
Juist vanwege deze thematiek heeft de Gids-redactie een dertigtal dichters gevraagd om in poëzie te reageren op tien citaten uit het boek van Parks. Immers: dichters ontfutselen taal woorden "aan het geestelijke/lichamelijke domein waar de woorden geen toegang toe hebben", schrijft Arjen Mulder is zijn voorwoord. Een goed idee dat de nieuwsgierigheid prikkelt. Hoe zijn de dichters hiermee aan de slag gegaan?
Slechts enkele onder hen werkten Parks ervaring bijna letterlijk uit. Ilse Starkenburg bijvoorbeeld schrijft over de ergernis die over mede-participanten kan ontstaan: "met deze mensen wil ik niet / uit deze ramen kijken". Hester Knibbe observeert in "Zit" hoe het mediterende lichaam bijna, en tenslotte helemaal verdwijnt, het hoofd als laatste.


De citaten van Parks hebben veelal geleid tot ernstige poëzie: dood en afwezigheid zijn terugkerende thema's. Zoals bij Anneke Brassinga die in haar tweeluik Kust (1) en (2) een zee oproept "met de langgerekte traag gewelddadige golven omslaand".
Lichter van toon dan de meeste andere bijdragen, maar zeker niet minder geslaagd zijn bijvoorbeeld de gedichten van Tsead Bruinja, Rob Schouten en van Thomas Möhlman. Die laatste heeft deze gelegenheid aangegrepen om prachtig ritmisch over de liefde te schrijven. Een clichématig beeld als de sterrenhemel keert bij herhaling terug, maar werkt juist goed.
Verder onder meer experimenteler werk van Antoine de Kom en een toepasselijke getekend gedicht van Leo Vroman, dat een hoofd vormt, dat tegelijkertijd een hart is. Een heuse uitsmijter is het gedicht van Bruno Post, die vindt dat Parks maar zeurt: "Een schrijver schrijft als hij schrijft / en als hij niet schrijft schrijft hij niet."

Tags: Literaire tijdschriften
Geplaatst door Wineke de Boer op 21-07-2011
Verwante berichten
Periodiek
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening